Ze liggen al sinds 2016 met elkaar in de clinch: de zeer vermogende ondernemer Willem Blijdorp en de Nederlands-Iraanse zakenman Bert Meulman. Eerstgenoemde maakte maar liefst €75 mln over aan Meulman voor de aankoop en exploitatie van steengroeven in Iran, maar dat is nooit gebeurd. Blijdorp wil zijn geld terug en in het kader van die strijd eist hij inzage in de correspondentie van een tussen partijen bemiddelende advocaat. De Amsterdamse voorzieningenrechter wijst de vordering af.
Eigenlijk is het een raadsel: de gepokte en gemazelde ondernemer Blijdorp leent in 2015 €75 mln aan Meulman, die hij pas enkele maanden eerder heeft leren kennen. Het zakelijke avontuur: ze gaan marmer en onyx winnen in Iran.
Meulman is op het moment van de eerste ontmoeting nog (eind) twintiger, Blijdorp is al ruim in de zestig. Ze komen met elkaar in contact door de advocaat, die later als mediator de geschillen tussen partijen probeert op te lossen.
Hij is slachtoffer van een geraffineerde oplichting, stelt Blijdorp een paar jaar later. Het geld ging niet naar de steengroeven, maar naar onroerend goed, casinobezoek, exclusieve horloges en kunstaankopen. Schikkingsonderhandelingen tussen de twee leiden tot niets.
De advocaat heeft bij die schikkingsonderhandelingen een dubbelrol gespeeld, stelt Blijdorp. Die beweerde als mediator tussen partijen te staan, maar volgens Blijdorp heeft hij Meulman consequent bevoordeeld. Om die reden wil hij inzage in alle communicatie tussen de advocaat en Meulman. Die informatie is eerder in beslag genomen door een deurwaarder, en ligt in de kluis bij ICT-dienstverlener DigiJuris.
Fishing expedition
De Amsterdamse voorzieningenrechter gaat er niet in mee. Een vordering tot inzage moet op basis het Wetboek van Rechtsvordering betrekking hebben op ‘bepaalde bescheiden’. ‘Van een algemeen inzagerecht is geen sprake. (…) Voorshands zal inzage in deze bescheiden ontaarden in een fishing expedition en reeds daarom is de vordering voor zover die ziet op deze bescheiden niet toewijsbaar’, aldus de voorzieningenrechter.
Aan de andere kant: beroep van de advocaat op het verschoningsrecht is niet terecht. Hij gaf in e-mails aan Blijdorp en Meulman telkens aan als bemiddelaar op te treden, en niet als advocaat. ‘Niet alleen valt in het licht van deze (vele) correspondentie niet in te zien hoe de advocaat thans het standpunt kan innemen dat hij wél heeft opgetreden als advocaat, ook is voldoende aannemelijk dat Blijdorp en Meulman de advocaat zagen als bemiddelaar en niet als advocaat’, stelt de rechter.
De nog door de advocaat aangevoerde stelling dat de informatie bij DigiJuris niet veilig is, en dat om die reden het bewijsbeslag moet worden opgeheven, gaat ook niet op. ‘Er moet vanuit worden gegaan dat alle informatie bij DigiJuris veilig “in de kluis” ligt. Dat sprake zou zijn van mogelijke beveiligingsrisico’s bij DigiJuris is voorshands niet aannemelijk. De advocaat heeft dit weliswaar gesteld, maar hiervoor bestaan geen concrete aanwijzingen.’
Foto: Reimund Bertrams/Pixabay