LEGALE ZAKEN

Zakelijk nieuws vanuit juridisch perspectief

Dagelijks op de hoogte blijven?
U kunt zich nu al inschrijven op onze nieuwsbrief.

Thema

Carrière:

Juridicum Vitae: Timothy Manoj Bissessar

HVG legal manager Timothy Manoj Bissessar ontvluchtte op zijn tiende met zijn familie het door drugsgeweld geteisterde Guyana, zijn moederland. Als een van de eerste Bonairiaanse VWO-ers behaalde de financieel recht-specialist zijn bachelor-diploma op Curaçao, en als een van de eerste Antillianen liep hij stage bij de Hoge Raad. Een uitzonderlijk verhaal over doorzettingsvermogen, daarom een extra lange aflevering in de serie Juridicum Vitae.

‘Ik kom uit Guyana, daar heb ik tot mijn tiende gewoond. Mijn vader had net als zijn vader en grootvader een scheepvaartrederij. Toen ik negen was zei mijn moeder: overweeg een andere carrière als je een gezin wil. Inderdaad zag ik mijn vader soms maanden of jaren niet. Ik excelleerde op school, hield van debatteren en wilde advocaat worden.

Eind jaren ‘90 was de drugscriminaliteit heel heftig in Zuid-Amerika, daarom vluchtten we zoals veel andere families naar het buitenland. Mijn vader werd gevraagd vanuit Curaçao containers te verschepen. Dat heeft mijn traject als jurist bepaald. Op mijn tiende landden we op Aruba. Mijn ondernemende moeder zorgde ervoor dat we daar met oog op ons onderwijs eerst Nederlands leerden, hoewel Papiaments de voertaal is. Die slimme zet zorgde ervoor dat ik niet 10-0, maar slechts 5-0 achterstond. Door mijn taalachterstand was ik nog harder gaan knokken op school. Spaans is verplicht op Bonaire, dus naast Engels, Nederlands en Papiaments spreek ik dat ook.  

Na een halfjaar verhuisden we vanwege Aruba’s strenge immigratiebeleid naar Bonaire. Daar was destijds alleen een HAVO. Toen het VWO er eindelijk kwam, moest ik er twee extra jaren aanplakken. Op Bonaire zat ik bij de scouts en het jeugdparlement. Ik vereenzelvigde me met de lokale cultuur en voelde me er meer thuis dan in Guyana. Men deed op Bonaire veel via de kerk. Wij deden mee, hoewel mijn vader Hindoestaans is. Mijn moeder is wel deels Katholiek.

Vanaf 3 HAVO liep ik 3 jaar lang snuffelstage bij een eenpitter advocatenkantoor. Bonaire is een piepklein eiland, dus iedereen procedeert tegen elkaar. Dat was in strijd met mijn gevoel van hoe een samenleving hoort te zijn. Wanneer bedrijven en financiële instellingen op afstand procederen heb je niet het gevoel dat je mensen echt benadeelt. Dat vind ik makkelijker. Mijn Nederlandse stagebegeleider vond me heel eager, maar zei: ik weet niet of je het gaat redden qua Nederlands. Ik schrok, maar had een duidelijk plan en gaf niet op. Dat is de rode draad in mijn verhaal. Ik zeg niet dat ik de beste student ben, maar ik ben wel de hardste werker.

Op mijn vijftiende ging mijn vaders scheepvaartrederij ten onder. Hij was niet verzekerd. We bleven wonen in ons mooie huis aan zee op Bonaire, maar verder waren we straatarm. Als je armoede hebt meegemaakt, wil je dat nooit meer. Mijn twaalf klasgenoten en ik waren de eerste VWO’ers van Bonaire, en wisten daarom niet wat we met ons diploma moesten doen. We besloten anderhalf jaar te klussen om in 2007 in Nederland universiteiten te kunnen bezoeken.

Op Curaçao was ik een soort big fish in a small pond. Omdat ik gedreven was en relatief goed Nederlands sprak, kon ik tot op zekere hoogte excelleren. Op Curaçao liep ik stage bij HBN Law en bij VanEps Kunneman Van Doorne en was ik 2,5 jaar vrijwilliger en bestuurslid bij de Curaçaose Rechtswinkel. Alle andere studentstagiairs waren Nederlands en niemand behalve ik kwam van de lokale universiteit. Ik rondde alles af met hoge cijfers.

Als een van de eerste Antillianen liep ik twee maanden stage bij de Hoge Raad. Aan het einde van mijn stage bij het strafparket zei mijn mentor: “Je hebt twee opties. Óf je gaat in Nederland studeren, óf je keert terug naar Curaçao en wordt politicus. Dan krijg je te maken met corruptie.” Op Curaçao had ik een unieke positie. Ik was daar een van de weinige die een voltijdstudie rechten deed. Veel van mijn medestudenten hadden een loopbaan van 10, 20 jaar achter de rug en deden rechten ernaast, in deeltijd. “In Nederland moet je echt je strepen verdienen,” zei mijn mentor. Dát sprak mij aan.

Eenmaal in bezit van een Nederlands paspoort voltooide ik in Nijmegen een master financieel recht. Via Kamernet vond ik een kamer van 7m2 bij iemand in huis die psychische problemen had. Het eerste semester van 2012 haalde ik geen enkel vak. Mijn kamer was te klein voor een bed, dus ik sliep drie jaar lang op een matras op de grond. Het lukte niet om iets anders te vinden. Dertien, veertien uur per dag studeerde ik in de bieb, maar de studie-inhoud was niet te vergelijken met die in Curaçao. Ik kreeg 3,5 en vieren en vijven. Het was één van mijn zwaarste Nederlandse winters ooit. Toch besloot ik niet naar Curaçao terug te keren. Nederland was heel hoog gegrepen voor mij, maar ik heb dat nodig voor mijn persoonlijke groei. Ik ben iemand die kan opstaan nadat ik op mijn hoofd val.

Ik besloot me aan te sluiten bij een pleitgenootschap; Rota Carolina. Ik heb daar leuke, jonge, onbevooroordeelde mensen ontmoet. Oefenpleiten was helemaal buiten mijn comfort zone, want destijds was ik heel onzeker over mijn Nederlands. Tijdens de Nationale Pleitmarathon van 2014 werd ik verkozen tot een van de beste “rechters” van Nederland. Het Hoge Raadslid dat de prijs uitreikte kende me nog van mijn stage, en was behoorlijk onder de indruk. Die erkenning krijgen was leuk.

In 2014 mocht ik mijn masterscriptie als boek uitgeven onder de titel Schaduwbankieren. Ik liep stage bij De Nederlandsche Bank. Nét op dat hoogtepunt zei de Orde tijdens de afronding van mijn Master: voor je civiel effect moet eerst je volledige Bachelor – behoudens enkele vakken – opnieuw doen. Ik had twee jaar lang gevraagd naar de vereisten, en schrok me kapot. Uiteindelijk heb ik die driejarige Nederlandse Bachelor in één jaar afgerond. Dat was extreem zwaar. Ik sportte dagelijks van 21:00 tot 23:00 fanatiek in de universiteitsgym en stortte me op salsa, waardoor ik mijn vriendin ontmoette. Sporten en dansen heeft me een beetje sane gehouden.

In 2016 dacht ik: nu ben ik helemaal klaar voor de arbeidsmarkt, maar niemand reageerde op mijn mails. Zelfs niet ABN, waar ik later ruim 4,5 jaar zou werken. Ik leerde al vroeg: nee is niet altijd nee. Geef nooit op. Ik zag dat detacheringsbureau DPA veel vacatures had bij grote banken, en dacht: dat is mijn manier om binnen te komen. Mijn eerste klus was bij ING, de tweede bij Rabobank. Na anderhalf jaar werd ik door een headhunter benaderd met de vraag of ik voor het ABN regulatory team wilde werken. Bij ABN adviseerde ik het senior management over alle Europese en Nederlandse regels waar de bank aan moest voldoen.

Van meet af aan heb ik me gespecialiseerd in het regulatory financieel recht. Daar pluk ik nu de vruchten van. Via mijn inmiddels opgebouwde netwerk kreeg ik de kans om bij HVG als legal manager aan de slag te gaan. Dat gaf me de gelegenheid mijn leidinggevende ambities waar te maken. Ik ben de enige bedrijfsjurist op de afdeling en werk nauw samen met de advocaten binnen het team. Het voordeel van de alliantie met EY is dat we meegenomen worden in grote internationale projecten. Ik ben onlangs vader geworden en heb ook een stiefdochtertje. Een lang weekend met mijn gezin doorbrengen, dát is waar ik mijn energie van krijg. Mijn moeder had dus gelijk: ik ben een family guy. Mijn werk bij HVG past daar perfect in.

Met discriminatie kreeg ik te maken tijdens het solliciteren. Toen ik bij ABN begon, hadden maar vijf van de 200 juristen op de legal afdeling een migratieachtergrond. Daar schrok ik van. Ik vind dat de discussie over onbewuste vooroordelen gevoerd moet worden, en dat heb ik ook gedaan. Ik vind dat een bedrijf een afspiegeling moet zijn van de samenleving. Een divers team voorkomt dat één stem de doorslag krijgt. Er zijn zoveel afgestudeerde rechtenstudenten met een migratieachtergrond, maar je ziet ze nog niet terug in de topniveaus van de maatschappij. Eenmaal bij ABN heb ik me ingezet voor verschillende D&I (diversiteit en inclusie) initiatieven. Ik heb in het bijzonder aandacht gevraagd voor kandidaten die niet het traditionele voortraject hebben afgelegd.

ABN organiseerde de executive leergang Futureproof your career om mensen met een migratieachtergrond klaar te stomen voor topfuncties binnen de bank. In de toplaag van de bank zijn die mensen namelijk afwezig. Van de paar honderd sollicitanten werden er vijftien geselecteerd voor de leergang; daar was ik er één van. Ik heb ontzettend veel geleerd van de trainers Jamila el Mourabet en Umar Mirza.

Het lijkt soms alsof diversiteit en genderdiversiteit als synoniemen worden gezien. Maar de positie van mensen met een andere etnische achtergrond is nog veel slechter dan die van vrouwen, zeker in de advocatuur en de financiële sector. Er zitten bijvoorbeeld wel witte vrouwen, maar weinig/geen gekleurde mensen in het bestuur van de grootse advocatenkantoren en financiële instellingen. Ik zie zelfs dat onder hen dezelfde krachten spelen als onder witte mannen wanneer het gaat om etnische diversiteit. Dat vind ik jammer. Ik hoop niet dat de eerste echt diverse generatie dezelfde karaktertrekken gaat vertonen.

De oudere generatie met migratieachtergrond heeft vaak hard gewerkt om een bepaalde functie te bemachtigen zonder zich te profileren op basis van hun etniciteit. Vaak zijn ze daarom nauwelijks bereid zich over discriminatie uit te spreken. Dat begrijp ik, alleen denk ik dat het een hele individualistische benadering is. Je bent dan niet bezig met het motiveren van een ander.

Uit mijn verhaal blijkt dat mensen mij kansen hebben gegeven. Dat probeer ik nu ook te doen met junioren. Ik probeer een inspiratie te zijn, van kijk: jij kan het ook, ook al is het zwaar. Als je in jezelf blijft geloven, bereid bent hard te werken en een plan hebt voor de komende tien jaar, dan komt het vanzelf. Geef nooit op. Mijn doel is om ooit in het bestuur van een grote organisatie te komen, en dan datzelfde voorbeeld te stellen.’

Juridicum Vitae: Laurens Kasteleijn

Jurist en kunstkenner Laurens Kasteleijn is oprichter en eigenaar van Art Law Services. Art Law is het gecombineerde resultaat van zijn opvoeding en een reeks buitengewone loopbaanavonturen in China en Hong Kong. ‘Uit mijn market research bleek dat niemand in Azië fulltime art law deed; het was een gat in

Lees Verder >

Juridicum Vitae: Sjoerd Oosterhuis

Sjoerd Oosterhuis procedeert als group legal counsel bij Vlisco Netherlands, dat luxe waxstoffen produceert voor met name de Afrikaanse markt, graag en vaak tegen internationale inbreukmakers. Hiervoor was hij 11,5 jaar advocaat bij Holland van Gijzen, AKD Prinsen van Wijmen en Fender Advocaten. Vanuit het besef dat niemand onkwetsbaar is,

Lees Verder >

Eerdere Berichten

Delen:

Twitter
LinkedIn
Email

Overzicht pagina:

Thema

Carrière:

Juridicum Vitae: Timothy Manoj Bissessar

HVG legal manager Timothy Manoj Bissessar ontvluchtte op zijn tiende met zijn familie het door drugsgeweld geteisterde Guyana, zijn moederland. Als een van de eerste Bonairiaanse VWO-ers behaalde de financieel recht-specialist zijn bachelor-diploma op Curaçao, en als een van de eerste Antillianen liep hij stage bij de Hoge Raad. Een uitzonderlijk verhaal over doorzettingsvermogen, daarom een extra lange aflevering in de serie Juridicum Vitae.

‘Ik kom uit Guyana, daar heb ik tot mijn tiende gewoond. Mijn vader had net als zijn vader en grootvader een scheepvaartrederij. Toen ik negen was zei mijn moeder: overweeg een andere carrière als je een gezin wil. Inderdaad zag ik mijn vader soms maanden of jaren niet. Ik excelleerde op school, hield van debatteren en wilde advocaat worden.

Eind jaren ‘90 was de drugscriminaliteit heel heftig in Zuid-Amerika, daarom vluchtten we zoals veel andere families naar het buitenland. Mijn vader werd gevraagd vanuit Curaçao containers te verschepen. Dat heeft mijn traject als jurist bepaald. Op mijn tiende landden we op Aruba. Mijn ondernemende moeder zorgde ervoor dat we daar met oog op ons onderwijs eerst Nederlands leerden, hoewel Papiaments de voertaal is. Die slimme zet zorgde ervoor dat ik niet 10-0, maar slechts 5-0 achterstond. Door mijn taalachterstand was ik nog harder gaan knokken op school. Spaans is verplicht op Bonaire, dus naast Engels, Nederlands en Papiaments spreek ik dat ook.  

Na een halfjaar verhuisden we vanwege Aruba’s strenge immigratiebeleid naar Bonaire. Daar was destijds alleen een HAVO. Toen het VWO er eindelijk kwam, moest ik er twee extra jaren aanplakken. Op Bonaire zat ik bij de scouts en het jeugdparlement. Ik vereenzelvigde me met de lokale cultuur en voelde me er meer thuis dan in Guyana. Men deed op Bonaire veel via de kerk. Wij deden mee, hoewel mijn vader Hindoestaans is. Mijn moeder is wel deels Katholiek.

Vanaf 3 HAVO liep ik 3 jaar lang snuffelstage bij een eenpitter advocatenkantoor. Bonaire is een piepklein eiland, dus iedereen procedeert tegen elkaar. Dat was in strijd met mijn gevoel van hoe een samenleving hoort te zijn. Wanneer bedrijven en financiële instellingen op afstand procederen heb je niet het gevoel dat je mensen echt benadeelt. Dat vind ik makkelijker. Mijn Nederlandse stagebegeleider vond me heel eager, maar zei: ik weet niet of je het gaat redden qua Nederlands. Ik schrok, maar had een duidelijk plan en gaf niet op. Dat is de rode draad in mijn verhaal. Ik zeg niet dat ik de beste student ben, maar ik ben wel de hardste werker.

Op mijn vijftiende ging mijn vaders scheepvaartrederij ten onder. Hij was niet verzekerd. We bleven wonen in ons mooie huis aan zee op Bonaire, maar verder waren we straatarm. Als je armoede hebt meegemaakt, wil je dat nooit meer. Mijn twaalf klasgenoten en ik waren de eerste VWO’ers van Bonaire, en wisten daarom niet wat we met ons diploma moesten doen. We besloten anderhalf jaar te klussen om in 2007 in Nederland universiteiten te kunnen bezoeken.

Op Curaçao was ik een soort big fish in a small pond. Omdat ik gedreven was en relatief goed Nederlands sprak, kon ik tot op zekere hoogte excelleren. Op Curaçao liep ik stage bij HBN Law en bij VanEps Kunneman Van Doorne en was ik 2,5 jaar vrijwilliger en bestuurslid bij de Curaçaose Rechtswinkel. Alle andere studentstagiairs waren Nederlands en niemand behalve ik kwam van de lokale universiteit. Ik rondde alles af met hoge cijfers.

Als een van de eerste Antillianen liep ik twee maanden stage bij de Hoge Raad. Aan het einde van mijn stage bij het strafparket zei mijn mentor: “Je hebt twee opties. Óf je gaat in Nederland studeren, óf je keert terug naar Curaçao en wordt politicus. Dan krijg je te maken met corruptie.” Op Curaçao had ik een unieke positie. Ik was daar een van de weinige die een voltijdstudie rechten deed. Veel van mijn medestudenten hadden een loopbaan van 10, 20 jaar achter de rug en deden rechten ernaast, in deeltijd. “In Nederland moet je echt je strepen verdienen,” zei mijn mentor. Dát sprak mij aan.

Eenmaal in bezit van een Nederlands paspoort voltooide ik in Nijmegen een master financieel recht. Via Kamernet vond ik een kamer van 7m2 bij iemand in huis die psychische problemen had. Het eerste semester van 2012 haalde ik geen enkel vak. Mijn kamer was te klein voor een bed, dus ik sliep drie jaar lang op een matras op de grond. Het lukte niet om iets anders te vinden. Dertien, veertien uur per dag studeerde ik in de bieb, maar de studie-inhoud was niet te vergelijken met die in Curaçao. Ik kreeg 3,5 en vieren en vijven. Het was één van mijn zwaarste Nederlandse winters ooit. Toch besloot ik niet naar Curaçao terug te keren. Nederland was heel hoog gegrepen voor mij, maar ik heb dat nodig voor mijn persoonlijke groei. Ik ben iemand die kan opstaan nadat ik op mijn hoofd val.

Ik besloot me aan te sluiten bij een pleitgenootschap; Rota Carolina. Ik heb daar leuke, jonge, onbevooroordeelde mensen ontmoet. Oefenpleiten was helemaal buiten mijn comfort zone, want destijds was ik heel onzeker over mijn Nederlands. Tijdens de Nationale Pleitmarathon van 2014 werd ik verkozen tot een van de beste “rechters” van Nederland. Het Hoge Raadslid dat de prijs uitreikte kende me nog van mijn stage, en was behoorlijk onder de indruk. Die erkenning krijgen was leuk.

In 2014 mocht ik mijn masterscriptie als boek uitgeven onder de titel Schaduwbankieren. Ik liep stage bij De Nederlandsche Bank. Nét op dat hoogtepunt zei de Orde tijdens de afronding van mijn Master: voor je civiel effect moet eerst je volledige Bachelor – behoudens enkele vakken – opnieuw doen. Ik had twee jaar lang gevraagd naar de vereisten, en schrok me kapot. Uiteindelijk heb ik die driejarige Nederlandse Bachelor in één jaar afgerond. Dat was extreem zwaar. Ik sportte dagelijks van 21:00 tot 23:00 fanatiek in de universiteitsgym en stortte me op salsa, waardoor ik mijn vriendin ontmoette. Sporten en dansen heeft me een beetje sane gehouden.

In 2016 dacht ik: nu ben ik helemaal klaar voor de arbeidsmarkt, maar niemand reageerde op mijn mails. Zelfs niet ABN, waar ik later ruim 4,5 jaar zou werken. Ik leerde al vroeg: nee is niet altijd nee. Geef nooit op. Ik zag dat detacheringsbureau DPA veel vacatures had bij grote banken, en dacht: dat is mijn manier om binnen te komen. Mijn eerste klus was bij ING, de tweede bij Rabobank. Na anderhalf jaar werd ik door een headhunter benaderd met de vraag of ik voor het ABN regulatory team wilde werken. Bij ABN adviseerde ik het senior management over alle Europese en Nederlandse regels waar de bank aan moest voldoen.

Van meet af aan heb ik me gespecialiseerd in het regulatory financieel recht. Daar pluk ik nu de vruchten van. Via mijn inmiddels opgebouwde netwerk kreeg ik de kans om bij HVG als legal manager aan de slag te gaan. Dat gaf me de gelegenheid mijn leidinggevende ambities waar te maken. Ik ben de enige bedrijfsjurist op de afdeling en werk nauw samen met de advocaten binnen het team. Het voordeel van de alliantie met EY is dat we meegenomen worden in grote internationale projecten. Ik ben onlangs vader geworden en heb ook een stiefdochtertje. Een lang weekend met mijn gezin doorbrengen, dát is waar ik mijn energie van krijg. Mijn moeder had dus gelijk: ik ben een family guy. Mijn werk bij HVG past daar perfect in.

Met discriminatie kreeg ik te maken tijdens het solliciteren. Toen ik bij ABN begon, hadden maar vijf van de 200 juristen op de legal afdeling een migratieachtergrond. Daar schrok ik van. Ik vind dat de discussie over onbewuste vooroordelen gevoerd moet worden, en dat heb ik ook gedaan. Ik vind dat een bedrijf een afspiegeling moet zijn van de samenleving. Een divers team voorkomt dat één stem de doorslag krijgt. Er zijn zoveel afgestudeerde rechtenstudenten met een migratieachtergrond, maar je ziet ze nog niet terug in de topniveaus van de maatschappij. Eenmaal bij ABN heb ik me ingezet voor verschillende D&I (diversiteit en inclusie) initiatieven. Ik heb in het bijzonder aandacht gevraagd voor kandidaten die niet het traditionele voortraject hebben afgelegd.

ABN organiseerde de executive leergang Futureproof your career om mensen met een migratieachtergrond klaar te stomen voor topfuncties binnen de bank. In de toplaag van de bank zijn die mensen namelijk afwezig. Van de paar honderd sollicitanten werden er vijftien geselecteerd voor de leergang; daar was ik er één van. Ik heb ontzettend veel geleerd van de trainers Jamila el Mourabet en Umar Mirza.

Het lijkt soms alsof diversiteit en genderdiversiteit als synoniemen worden gezien. Maar de positie van mensen met een andere etnische achtergrond is nog veel slechter dan die van vrouwen, zeker in de advocatuur en de financiële sector. Er zitten bijvoorbeeld wel witte vrouwen, maar weinig/geen gekleurde mensen in het bestuur van de grootse advocatenkantoren en financiële instellingen. Ik zie zelfs dat onder hen dezelfde krachten spelen als onder witte mannen wanneer het gaat om etnische diversiteit. Dat vind ik jammer. Ik hoop niet dat de eerste echt diverse generatie dezelfde karaktertrekken gaat vertonen.

De oudere generatie met migratieachtergrond heeft vaak hard gewerkt om een bepaalde functie te bemachtigen zonder zich te profileren op basis van hun etniciteit. Vaak zijn ze daarom nauwelijks bereid zich over discriminatie uit te spreken. Dat begrijp ik, alleen denk ik dat het een hele individualistische benadering is. Je bent dan niet bezig met het motiveren van een ander.

Uit mijn verhaal blijkt dat mensen mij kansen hebben gegeven. Dat probeer ik nu ook te doen met junioren. Ik probeer een inspiratie te zijn, van kijk: jij kan het ook, ook al is het zwaar. Als je in jezelf blijft geloven, bereid bent hard te werken en een plan hebt voor de komende tien jaar, dan komt het vanzelf. Geef nooit op. Mijn doel is om ooit in het bestuur van een grote organisatie te komen, en dan datzelfde voorbeeld te stellen.’

Eerdere Berichten

Delen:

Twitter
LinkedIn
Email

Overzicht pagina:

Nieuwsbrief:

Zodra onze site life gaat zal LEGALE ZAKEN een dagelijks nieuwsbrief gaan verzorgen met de laatste updates op juridisch zakelijk vlak.

Lekker makkelijk als u dagelijks
up-to-date wilt blijven.

Privacy Cookies

Leuk dat u er bent. Nog even dit:

LEGALE ZAKEN maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content via social media te delen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Wij gaan zorgvuldig met uw privégegevens om. Klik op ‘lees verder’ voor uitgebreide informatie.

Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van deze site stemt u hiermee in. 

Privacy Cookies

Leuk dat u er bent. Nog even dit:

LEGALE ZAKEN maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content via social media te delen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Wij gaan zorgvuldig met uw privégegevens om. Klik op ‘lees verder’ voor uitgebreide informatie.

Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van deze site stemt u hiermee in.