LEGALE ZAKEN

Zakelijk nieuws / Juridisch perspectief

Altijd op de hoogte blijven?
Even inschrijven:

Thema

Carrière:

Juridicum Vitae: strafrechtadvocaat Noëlle Pieterse

In de rubriek Juridicum Vitae laten we juristen aan het woord over hun juridische loopbaan. In deze aflevering strafrechtadvocate Noëlle Pieterse (48, Pieterse Frijns). ‘Na wat ik de afgelopen twintig jaar heb meegemaakt, zou ik zelf niet opnieuw voor het strafrecht kiezen. Vanwege die maatschappelijke verharding, de bezuinigingsmaatregelen en het niet kunnen afschakelen.’

‘Ik wilde naar het Conservatorium, maar dat kwam er niet van. Rechten is dan een brede studie waarmee je alle kanten op kunt. Mijn plan was via de RAIO-opleiding rechter te worden, maar ik kwam nét niet door de opleidingsselectie. Daar was ik heel ziek van. Toen ben ik de advocatuur ingegaan. In 2000 ben ik begonnen bij het Rotterdamse kantoor Carels Advocaten. In 2006 begon ik als zelfstandige Hooijman Pieterse Advocaten met mijn vorige compagnon, Stephanie Hooijman. We hebben 12,5 jaar samengewerkt. Dat ging heel goed. We zijn ook goed uit elkaar gegaan.

Mijn huidige zakenpartner Rob Frijns en ik kennen elkaar al lang. We zijn vroeger ooit samen geweest, en hadden alle twee een eigen advocatenkantoor. Rob kwam op het idee: zullen we samen iets beginnen? Ik dacht: tja, waarom niet? We zijn niet over één nacht ijs gegaan. In september 2018 zijn we gestart met Pieterse Frijns Advocaten. Ik ben blij met die keuze. Als zelfstandig advocaat ben ik redelijk vrij. Ik zit niet in een keurslijf, en bepaal zelf welke zaak ik wel en niet doe. Wel vervelend is het gevoel dat ik binnen het huidige juridisch speelveld van het strafrecht het verschil niet meer maak. Dat frustreert me soms.

Ik ben het strafrecht ingegaan omdat ik vind dat de zwakkere burger beschermd moet worden tegen het machtige overheidsapparaat. Maar de kans op het succesvol aanspreken van de overheid is een stuk minder geworden. Als het OM in een opsporingsfase fouten maakt, bestraft de rechter dat tegenwoordig niet meer. Dan denk ik: zo wordt er dus omgegaan met de rechten van mensen in een zwakkere positie. De samenleving is verhard en gepolariseerd. Dat heeft zijn weerslag in de rechtszaal. Wanneer een straf wordt opgelegd, vindt men die altijd te laag. Maar vergeleken met de rest van Europa straft Nederland niet mild. Die verharding is er behalve vanuit de overheid naar de burger, ook binnen het criminele circuit. Het zou me niet verbazen als dat invloed op elkaar heeft.

Als strafrechtadvocaat word je bij levensdelicten wel eens gevraagd of je geen last hebt van je geweten. Heel simpel: nee, daar heb ik geen last van. Ik verdedig een persoon en niet de daad zelf.

Je krijgt altijd wel kritiek of commentaar wanneer een zaak in de publiciteit komt. Bij Bart van U. [de moordenaar van Els Borst. L.A.] was het wel veel. Ik kreeg de meest afschuwelijke berichten in mijn inbox. Je kunt ze volgens mij nog steeds online vinden. Daar kijk ik maar niet naar. Een andere pittige zaak was die van een man die zijn vrouw en dochtertje heeft omgebracht. Bij levensdelicten moet je natuurlijk veel meer aandacht en energie steken in het begeleiden van je cliënt dan bij iemand die een pak koffie heeft gestolen bij de Albert Heijn. Je moet je woorden extra zorgvuldig uitkiezen, zowel in de cliëntgesprekken als in je pleidooi.

Door de smart-telefonie ben je tegenwoordig altijd bereikbaar, ook ’s weekends om 07:00. Sommige cliënten willen meteen antwoord. Dan denk je: ik reageer maar even, dan ben ik er vanaf. Zo ben je je hele week op elk tijdstip je klanten aan het bedienen. Ik ken advocaten die na vijven de telefoon niet meer beantwoorden. Dat is een keuze. Maar wil je je werk goed doen, dan moet je eigenlijk altijd beschikbaar zijn. Afgelopen zomer zouden we zeven dagen naar de Elzas gaan. Drie dagen voor mijn vertrek werd een vaste cliënt van mij aangehouden voor moord. Hij moest naar de rechtbank. Omdat ik mijn vaste klant niet wil overdragen aan iemand anders, ben ik later vertrokken.

Ik kan nooit afschakelen, ook niet tijdens weekenden of vakanties. Als je als zelfstandig ondernemer niet werkt, heb je geen inkomsten. Dat maakt het extra lastig om nee te zeggen. Het is hollen of stilstaan. Ik bof heel erg, want mijn partner doet hetzelfde werk als ik. Wanneer ik niet weg kan, zegt hij: “Dat begrijp ik.”

Ik vind mijn beroepsgroep in Rotterdam een goede afspiegeling van de maatschappij, ook qua afkomst. Er zitten misschien wel meer vrouwen dan mannen in het strafrecht. Zelf ben ik derde generatie Indische Nederlander. Mijn beroep vind ik, zeker vergeleken met twintig jaar geleden, geen wit beroep. Er zijn veel meer strafrechtadvocaten bijgekomen. Toen ik begon, was het een beetje: strafrecht, dat doe je niet. Dat was ordinair. Maar de misdaadverslaggeving is opgebloeid. Dat trekt rechtenstudenten aan.

Mijn belangrijke leermeester is mijn voormalige patroon Hubert Carels, ook van Nederlands-Indische afkomst. Hij heeft mij onder andere geleerd niet alles zonder meer aan te nemen, maar altijd kritisch te blijven. Een wijze les die niet alleen geldt in de rechtszaal, maar ook daarbuiten. Voor mij is hij nog steeds een belangrijk klankbord, en een bron van inspiratie.

Na wat ik de afgelopen twintig jaar heb meegemaakt, zou ik zelf niet opnieuw voor het strafrecht kiezen. Vanwege die maatschappelijke verharding, de bezuinigingsmaatregelen en het niet kunnen afschakelen. Je wordt soms ook in de hoek gezet van je cliënt, dat vind ik een vervelende ontwikkeling.’

Juridicum Vitae: Merlijn Mazairac

Ondernemer Merlijn Mazairac is mede-eigenaar van The Rookie Minds. Ze begon haar carrière als paralegal bij Fox Horan & Camerini in New York en vervolgde daarna haar studie aan New York University (NYU). Een decennium als advocaat bij Houthoff, Stibbe en Gresnigt & van Kippersluis en jarenlange ervaring als Albron-bedrijfsjurist

Lees Verder >

Juridicum Vitae: Simone de Lange

Simone de Lange is juridisch projectleider op het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Na een veelbelovende carrièrestart bij de Rijksoverheid werd ze op haar 27ste ernstig ziek, waardoor haar aanvankelijk internationale focus op een zijspoor raakte. Haar indrukwekkende drive om op hoog niveau door te blijven werken werd

Lees Verder >

Een nieuwe Job

Eerdere Berichten

Juridicum Vitae: Simone de Lange

Simone de Lange is juridisch projectleider op het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Na een veelbelovende carrièrestart bij de Rijksoverheid werd ze op

Lees Verder >

Delen:

Twitter
LinkedIn
Email

Overzicht pagina:

Thema

Carrière:

Juridicum Vitae: strafrechtadvocaat Noëlle Pieterse

In de rubriek Juridicum Vitae laten we juristen aan het woord over hun juridische loopbaan. In deze aflevering strafrechtadvocate Noëlle Pieterse (48, Pieterse Frijns). ‘Na wat ik de afgelopen twintig jaar heb meegemaakt, zou ik zelf niet opnieuw voor het strafrecht kiezen. Vanwege die maatschappelijke verharding, de bezuinigingsmaatregelen en het niet kunnen afschakelen.’

‘Ik wilde naar het Conservatorium, maar dat kwam er niet van. Rechten is dan een brede studie waarmee je alle kanten op kunt. Mijn plan was via de RAIO-opleiding rechter te worden, maar ik kwam nét niet door de opleidingsselectie. Daar was ik heel ziek van. Toen ben ik de advocatuur ingegaan. In 2000 ben ik begonnen bij het Rotterdamse kantoor Carels Advocaten. In 2006 begon ik als zelfstandige Hooijman Pieterse Advocaten met mijn vorige compagnon, Stephanie Hooijman. We hebben 12,5 jaar samengewerkt. Dat ging heel goed. We zijn ook goed uit elkaar gegaan.

Mijn huidige zakenpartner Rob Frijns en ik kennen elkaar al lang. We zijn vroeger ooit samen geweest, en hadden alle twee een eigen advocatenkantoor. Rob kwam op het idee: zullen we samen iets beginnen? Ik dacht: tja, waarom niet? We zijn niet over één nacht ijs gegaan. In september 2018 zijn we gestart met Pieterse Frijns Advocaten. Ik ben blij met die keuze. Als zelfstandig advocaat ben ik redelijk vrij. Ik zit niet in een keurslijf, en bepaal zelf welke zaak ik wel en niet doe. Wel vervelend is het gevoel dat ik binnen het huidige juridisch speelveld van het strafrecht het verschil niet meer maak. Dat frustreert me soms.

Ik ben het strafrecht ingegaan omdat ik vind dat de zwakkere burger beschermd moet worden tegen het machtige overheidsapparaat. Maar de kans op het succesvol aanspreken van de overheid is een stuk minder geworden. Als het OM in een opsporingsfase fouten maakt, bestraft de rechter dat tegenwoordig niet meer. Dan denk ik: zo wordt er dus omgegaan met de rechten van mensen in een zwakkere positie. De samenleving is verhard en gepolariseerd. Dat heeft zijn weerslag in de rechtszaal. Wanneer een straf wordt opgelegd, vindt men die altijd te laag. Maar vergeleken met de rest van Europa straft Nederland niet mild. Die verharding is er behalve vanuit de overheid naar de burger, ook binnen het criminele circuit. Het zou me niet verbazen als dat invloed op elkaar heeft.

Als strafrechtadvocaat word je bij levensdelicten wel eens gevraagd of je geen last hebt van je geweten. Heel simpel: nee, daar heb ik geen last van. Ik verdedig een persoon en niet de daad zelf.

Je krijgt altijd wel kritiek of commentaar wanneer een zaak in de publiciteit komt. Bij Bart van U. [de moordenaar van Els Borst. L.A.] was het wel veel. Ik kreeg de meest afschuwelijke berichten in mijn inbox. Je kunt ze volgens mij nog steeds online vinden. Daar kijk ik maar niet naar. Een andere pittige zaak was die van een man die zijn vrouw en dochtertje heeft omgebracht. Bij levensdelicten moet je natuurlijk veel meer aandacht en energie steken in het begeleiden van je cliënt dan bij iemand die een pak koffie heeft gestolen bij de Albert Heijn. Je moet je woorden extra zorgvuldig uitkiezen, zowel in de cliëntgesprekken als in je pleidooi.

Door de smart-telefonie ben je tegenwoordig altijd bereikbaar, ook ’s weekends om 07:00. Sommige cliënten willen meteen antwoord. Dan denk je: ik reageer maar even, dan ben ik er vanaf. Zo ben je je hele week op elk tijdstip je klanten aan het bedienen. Ik ken advocaten die na vijven de telefoon niet meer beantwoorden. Dat is een keuze. Maar wil je je werk goed doen, dan moet je eigenlijk altijd beschikbaar zijn. Afgelopen zomer zouden we zeven dagen naar de Elzas gaan. Drie dagen voor mijn vertrek werd een vaste cliënt van mij aangehouden voor moord. Hij moest naar de rechtbank. Omdat ik mijn vaste klant niet wil overdragen aan iemand anders, ben ik later vertrokken.

Ik kan nooit afschakelen, ook niet tijdens weekenden of vakanties. Als je als zelfstandig ondernemer niet werkt, heb je geen inkomsten. Dat maakt het extra lastig om nee te zeggen. Het is hollen of stilstaan. Ik bof heel erg, want mijn partner doet hetzelfde werk als ik. Wanneer ik niet weg kan, zegt hij: “Dat begrijp ik.”

Ik vind mijn beroepsgroep in Rotterdam een goede afspiegeling van de maatschappij, ook qua afkomst. Er zitten misschien wel meer vrouwen dan mannen in het strafrecht. Zelf ben ik derde generatie Indische Nederlander. Mijn beroep vind ik, zeker vergeleken met twintig jaar geleden, geen wit beroep. Er zijn veel meer strafrechtadvocaten bijgekomen. Toen ik begon, was het een beetje: strafrecht, dat doe je niet. Dat was ordinair. Maar de misdaadverslaggeving is opgebloeid. Dat trekt rechtenstudenten aan.

Mijn belangrijke leermeester is mijn voormalige patroon Hubert Carels, ook van Nederlands-Indische afkomst. Hij heeft mij onder andere geleerd niet alles zonder meer aan te nemen, maar altijd kritisch te blijven. Een wijze les die niet alleen geldt in de rechtszaal, maar ook daarbuiten. Voor mij is hij nog steeds een belangrijk klankbord, en een bron van inspiratie.

Na wat ik de afgelopen twintig jaar heb meegemaakt, zou ik zelf niet opnieuw voor het strafrecht kiezen. Vanwege die maatschappelijke verharding, de bezuinigingsmaatregelen en het niet kunnen afschakelen. Je wordt soms ook in de hoek gezet van je cliënt, dat vind ik een vervelende ontwikkeling.’

Eerdere Berichten

Juridicum Vitae: Simone de Lange

Simone de Lange is juridisch projectleider op het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Na een veelbelovende carrièrestart bij de Rijksoverheid werd ze op

Lees Verder >

Juridicum Vitae: Funkiye van Arkel

Funkiye van Arkel is legal counsel bij verzendplatform Sendcloud in haar geliefde thuisbasis Eindhoven. Na een vooropleiding conservatorium, twee afgeronde masters, een periode aan de

Lees Verder >

Juridicum Vitae: Erik Nieuwland

Erik Nieuwland begeleidt als senior legal counsel bij de Nederlandse Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) de juridische kant van investeringen in emerging markets in Afrika, Azië

Lees Verder >

Delen:

Twitter
LinkedIn
Email

Overzicht pagina:

Privacy Cookies

Leuk dat u er bent. Nog even dit:

LEGALE ZAKEN maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content via social media te delen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Wij gaan zorgvuldig met uw privégegevens om. Klik op ‘lees verder’ voor uitgebreide informatie.

Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van deze site stemt u hiermee in. 

Privacy Cookies

Leuk dat u er bent. Nog even dit:

LEGALE ZAKEN maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content via social media te delen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Wij gaan zorgvuldig met uw privégegevens om. Klik op ‘lees verder’ voor uitgebreide informatie.

Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van deze site stemt u hiermee in.