LEGALE ZAKEN

Zakelijk nieuws / Juridisch perspectief

Thema

IE & Privacy:

Nokia deelt ook in Nederland klap uit aan Oppo in octrooigeschil

Nokia en verschillende groepsmaatschappijen van de Chinese telecomfabrikant Oppo zijn sinds 2021 verwikkeld in een internationaal juridisch gevecht. Het startsein voor dat gevecht was het aflopen van de tussen partijen tot op dat moment geldende licentieovereenkomst: Oppo weigerde de door Nokia voorgestelde licentietarieven voor verlenging van deze overeenkomst te betalen. Inmiddels zijn door beide partijen in verschillende landen procedures gestart, waaronder in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje, China en de Verenigde Staten. Recent kreeg het geschil ook een Nederlandse dimensie.

In een door een Duitse dochtermaatschappij van Oppo aangespannen nietigheidsprocedure oordeelde de rechtbank Den Haag dat de betreffende octrooien van Nokia geldig waren. Ook legde de rechtbank die dochtermaatschappij in Nederland een inbreukverbod op. Deze uitspraak vormt het eerste Nederlandse radartje in het globale geschil.

De inmiddels afgelopen licentieovereenkomst tussen Nokia en Oppo zag onder meer op zogenoemde standaard-essentiële octrooien, of standard essential patents (SEPs). Deze octrooien zien op technologie die noodzakelijk – essentieel – is voor de toepassing van telecommunicatiestandaarden zoals 3G, 4G en 5G. Ook in de Nederlandse procedure waren twee SEPs aan de orde.

In de octrooiwereld hebben SEPs een bijzondere positie. In beginsel betekent het hebben van een octrooi namelijk het verkrijgen van een monopolie om die uitvinding – kort gezegd – te implementeren en exploiteren. Het is aan de octrooihouder om te besluiten of deze dit monopolie wenst te delen door het afsluiten van licentieovereenkomsten.

Dit is anders bij SEPs. Standaarden worden vastgesteld door (een samenwerking van) standaardiseringsorganisaties. Deze standaardiseringsorganisaties worden gevormd door een groot aantal partijen, voornamelijk uit de industrie. Standaarden worden in overleg vastgesteld, op basis van voorstellen van partijen. Bij het doen van een dergelijk voorstel committeert de voorstellende partij zich eraan om – als de voorgestelde technologie geoctrooieerd is én deze wordt opgenomen in de standaard – aan alle derden die dat willen een licentie te verstrekken op Fair Reasonable and Non Discriminatory (FRAND) voorwaarden.

Die verplichting is ook in SEP-inbreukzaken relevant. Indien een derde die gebruik maakt van de in de SEP geoctrooieerde technologie zich bereid toont een dergelijke FRAND-licentie af te nemen, kan dit in de weg staan aan het opleggen van een inbreukverbod. Dit leidt in rechtszaken over SEPs vaak tot een zogenoemd ‘FRAND-verweer’ aan de zijde van de gebruiker van de SEPs. Een dergelijk verweer werd bijvoorbeeld door Oppo naar voren gebracht in procedures gevoerd in Duitsland.

De Nederlandse nietigheidsprocedure

In de Nederlandse procedure dagvaardde Orope Germany Gmbh (een dochtermaatschappij van het Chinese Oppo) Nokia in oktober 2021 in een versnelde bodemprocedure in octrooizaken. Daarmee startte Oppo een nietigheidsprocedure, met als doel twee van Nokia’s SEPs nietig te laten verklaren. In reconventie vorderde Nokia onder meer een inbreukverbod voor het Duitse Orope.

De rechtbank Den Haag ging mee in de argumenten van Nokia; zij oordeelde dat beide octrooien geldig waren, het Duitse Orope daar inbreuk op maakte en legde Orope in Nederland een inbreukverbod op.

Interessant aan deze procedure is dat Oppo (als de SEP-gebruiker) deze procedure is gestart, wetende dat Nokia in reconventie wellicht een inbreukverbod zou vorderen. Dat het initiatief van Oppo kwam is wellicht te verklaren binnen de context van het wereldwijde geschil. Oppo zou voor een ‘aanvalstactiek’ gekozen kunnen hebben in de hoop Nokia ook snel een slag toe te kunnen brengen en een eventueel in Oppo’s voordeel verkregen Nederlands vonnis in te zetten in procedures in andere landen.

Ook is opmerkelijk dat Oppo – zo blijkt uit de uitspraak – in een vroeg stadium van de procedure had toegezegd géén FRAND-verweer te voeren. Een dergelijk verweer voerde Oppo wel in andere procedures, bijvoorbeeld in Duitsland. Een overweging van Oppo om dat in Nederland niet te doen, kan gelegen zijn in de wens snel een beslissing in handen te krijgen. Deze procedure had een tijdsverloop van minder dan een jaar tussen het moment van dagvaarden en vonnis; uitzonderlijk snel in het Nederlandse octrooilandschap. Het voeren van een FRAND-verweer had gezien de complexiteit van dergelijke verweren voor vertraging kunnen zorgen.

Inmiddels loopt er ook een procedure van Nokia tegen de Nederlandse distributeurs van Oppo; Oleading B.V. en Reflection Investment B.V. Deze procedure loopt nog.

Hoe nu verder?

De uitspraak in de Nederlandse procedure markeert geenszins het einde van het juridische gevecht tussen Nokia en Oppo. Wereldwijd druppelen steeds meer uitspraken binnen die tezamen het nieuwe landschap voor het geschil tussen Nokia en Oppo vormen. Zo biedt Oppo in Duitsland niet meer direct haar producten aan, na verliezen bij het Landgericht München. Ook zijn er berichten uit China, waaruit lijkt te volgen dat een Chinese rechter het bedrag van een (wereldwijde) FRAND-licentie tussen Nokia en Oppo zal vaststellen. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd.

Door: Nathalie Steurijs en Sebastien Versaevel

Eerdere Berichten

Delen:

Twitter
LinkedIn
Email

Overzicht pagina:

Thema

IE & Privacy:

Nokia deelt ook in Nederland klap uit aan Oppo in octrooigeschil

Nokia en verschillende groepsmaatschappijen van de Chinese telecomfabrikant Oppo zijn sinds 2021 verwikkeld in een internationaal juridisch gevecht. Het startsein voor dat gevecht was het aflopen van de tussen partijen tot op dat moment geldende licentieovereenkomst: Oppo weigerde de door Nokia voorgestelde licentietarieven voor verlenging van deze overeenkomst te betalen. Inmiddels zijn door beide partijen in verschillende landen procedures gestart, waaronder in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje, China en de Verenigde Staten. Recent kreeg het geschil ook een Nederlandse dimensie.

In een door een Duitse dochtermaatschappij van Oppo aangespannen nietigheidsprocedure oordeelde de rechtbank Den Haag dat de betreffende octrooien van Nokia geldig waren. Ook legde de rechtbank die dochtermaatschappij in Nederland een inbreukverbod op. Deze uitspraak vormt het eerste Nederlandse radartje in het globale geschil.

De inmiddels afgelopen licentieovereenkomst tussen Nokia en Oppo zag onder meer op zogenoemde standaard-essentiële octrooien, of standard essential patents (SEPs). Deze octrooien zien op technologie die noodzakelijk – essentieel – is voor de toepassing van telecommunicatiestandaarden zoals 3G, 4G en 5G. Ook in de Nederlandse procedure waren twee SEPs aan de orde.

In de octrooiwereld hebben SEPs een bijzondere positie. In beginsel betekent het hebben van een octrooi namelijk het verkrijgen van een monopolie om die uitvinding – kort gezegd – te implementeren en exploiteren. Het is aan de octrooihouder om te besluiten of deze dit monopolie wenst te delen door het afsluiten van licentieovereenkomsten.

Dit is anders bij SEPs. Standaarden worden vastgesteld door (een samenwerking van) standaardiseringsorganisaties. Deze standaardiseringsorganisaties worden gevormd door een groot aantal partijen, voornamelijk uit de industrie. Standaarden worden in overleg vastgesteld, op basis van voorstellen van partijen. Bij het doen van een dergelijk voorstel committeert de voorstellende partij zich eraan om – als de voorgestelde technologie geoctrooieerd is én deze wordt opgenomen in de standaard – aan alle derden die dat willen een licentie te verstrekken op Fair Reasonable and Non Discriminatory (FRAND) voorwaarden.

Die verplichting is ook in SEP-inbreukzaken relevant. Indien een derde die gebruik maakt van de in de SEP geoctrooieerde technologie zich bereid toont een dergelijke FRAND-licentie af te nemen, kan dit in de weg staan aan het opleggen van een inbreukverbod. Dit leidt in rechtszaken over SEPs vaak tot een zogenoemd ‘FRAND-verweer’ aan de zijde van de gebruiker van de SEPs. Een dergelijk verweer werd bijvoorbeeld door Oppo naar voren gebracht in procedures gevoerd in Duitsland.

De Nederlandse nietigheidsprocedure

In de Nederlandse procedure dagvaardde Orope Germany Gmbh (een dochtermaatschappij van het Chinese Oppo) Nokia in oktober 2021 in een versnelde bodemprocedure in octrooizaken. Daarmee startte Oppo een nietigheidsprocedure, met als doel twee van Nokia’s SEPs nietig te laten verklaren. In reconventie vorderde Nokia onder meer een inbreukverbod voor het Duitse Orope.

De rechtbank Den Haag ging mee in de argumenten van Nokia; zij oordeelde dat beide octrooien geldig waren, het Duitse Orope daar inbreuk op maakte en legde Orope in Nederland een inbreukverbod op.

Interessant aan deze procedure is dat Oppo (als de SEP-gebruiker) deze procedure is gestart, wetende dat Nokia in reconventie wellicht een inbreukverbod zou vorderen. Dat het initiatief van Oppo kwam is wellicht te verklaren binnen de context van het wereldwijde geschil. Oppo zou voor een ‘aanvalstactiek’ gekozen kunnen hebben in de hoop Nokia ook snel een slag toe te kunnen brengen en een eventueel in Oppo’s voordeel verkregen Nederlands vonnis in te zetten in procedures in andere landen.

Ook is opmerkelijk dat Oppo – zo blijkt uit de uitspraak – in een vroeg stadium van de procedure had toegezegd géén FRAND-verweer te voeren. Een dergelijk verweer voerde Oppo wel in andere procedures, bijvoorbeeld in Duitsland. Een overweging van Oppo om dat in Nederland niet te doen, kan gelegen zijn in de wens snel een beslissing in handen te krijgen. Deze procedure had een tijdsverloop van minder dan een jaar tussen het moment van dagvaarden en vonnis; uitzonderlijk snel in het Nederlandse octrooilandschap. Het voeren van een FRAND-verweer had gezien de complexiteit van dergelijke verweren voor vertraging kunnen zorgen.

Inmiddels loopt er ook een procedure van Nokia tegen de Nederlandse distributeurs van Oppo; Oleading B.V. en Reflection Investment B.V. Deze procedure loopt nog.

Hoe nu verder?

De uitspraak in de Nederlandse procedure markeert geenszins het einde van het juridische gevecht tussen Nokia en Oppo. Wereldwijd druppelen steeds meer uitspraken binnen die tezamen het nieuwe landschap voor het geschil tussen Nokia en Oppo vormen. Zo biedt Oppo in Duitsland niet meer direct haar producten aan, na verliezen bij het Landgericht München. Ook zijn er berichten uit China, waaruit lijkt te volgen dat een Chinese rechter het bedrag van een (wereldwijde) FRAND-licentie tussen Nokia en Oppo zal vaststellen. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd.

Door: Nathalie Steurijs en Sebastien Versaevel

Eerdere Berichten

Delen:

Twitter
LinkedIn
Email

Overzicht pagina:

Privacy Cookies

Leuk dat u er bent. Nog even dit:

LEGALE ZAKEN maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content via social media te delen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Wij gaan zorgvuldig met uw privégegevens om. Klik op ‘lees verder’ voor uitgebreide informatie.

Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van deze site stemt u hiermee in. 

Privacy Cookies

Leuk dat u er bent. Nog even dit:

LEGALE ZAKEN maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content via social media te delen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Wij gaan zorgvuldig met uw privégegevens om. Klik op ‘lees verder’ voor uitgebreide informatie.

Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van deze site stemt u hiermee in.