LEGALE ZAKEN

Zakelijk nieuws / Juridisch perspectief

Altijd op de hoogte blijven?
Even inschrijven:

Thema

Onderneming:

Cliënt en juridisch adviseur: ‘Je wilt een onbevangen blik die je inhouse niet kunt krijgen’

Paul Schepel (advocaat insolventierecht, JPR Advocaten) is een van de curatoren in het faillissement van vastgoedreus Eurocommerce. Voor talloze (cassatie)procedures schakelde hij David de Knijff in (cassatieadvocaat, Ekelmans & Meijer). Laatstgenoemde: ‘Als je ook procedeert bij rechtbank en hof, heb je niet alleen de diepgang, maar ook het gooi- en smijtwerk.’

De Knijff: ‘Een van de medecuratoren van Paul riep mijn bijstand in, toen Eurocommerce in 2012 failliet ging. Aanvankelijk ging het om een kort geding over de opheffing van een beslag. Daarna kwamen er vele andere procedures. Als je “Eurocommerce” zoekt op Rechtspraak.nl, krijg je 112 hits. In twee zaken zijn prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld, maar het meeste werk hadden we aan de zaken bij rechtbank en hof. En we zijn nog niet klaar – in december is er nog een zitting bij het Hof in Arnhem.’

Schepel: ‘Die zaken had ik in theorie ook zelf kunnen doen. Maar hier namen we sowieso een externe advocaat in de arm omdat er grote belangen op het spel stonden en omdat we vrijwel direct een forse aansprakelijkheidsstelling van directeur-eigenaar Visser te pakken hadden. Je kan van alles zelf bedenken, maar dan wil je een volledig onbevangen blik, die je inhouse niet kunt krijgen. Iemand die zegt: “Dat is leuk bedacht, maar je zit op een verkeerd spoor.”’

De Knijff: ‘In cassatie was vooral de verrekening in het faillissement een heet hangijzer. De Rabobank wilde de saldi van de failliet die nog op de bankrekeningen stonden, verrekenen met hun vorderingen. Dus een ruime interpretatie van artikel 54 van de Faillissementswet. Wij zeiden: dat kan niet, want die verrekeningsmogelijkheid stopt als de bank redelijkerwijs moet vermoeden dat er een faillissement aan komt. De rechtbank stelde een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad, dan kan sinds 2012, en die antwoordde in onze zin.’

Schepel: ‘Spannend was ook het kort geding dat we aan onze broek kregen om een beslag eraf te krijgen. En toen we in de Pauliana procedure over het verkochte hotel een tussenarrest van het hof met een bewijsopdracht kregen, dachten we ook: oeps!’

Weerlegbaar bewijsvermoeden

De Knijff: ‘Bij het kort geding ging het om precieze interpretatie van de feiten. Een bepaalde boeking leek een bepaalde kant op te wijzen, maar bij nadere lezing werd diezelfde boeking ineens het springende bewijs voor de vordering, waarop we beslag konden blijven leggen. En verder had de directeur-eigenaar een hotel voor een opvallend lage prijs aan zijn dochter verkocht, binnen een jaar voor het faillissement. Dan is er een weerlegbaar bewijsvermoeden dat beide partijen wisten van het aanstaande faillissement. In het tussenarrest kreeg de wederpartij de kans tegenbewijs te leveren, maar na de getuigenverklaringen heeft het hof in ons voordeel beslist. Dat vond ik ook heel spannend, ja.’

Schepel: ‘In deze intellectuele samenwerking vullen we elkaar aan. Je houdt elkaar scherp in het denkproces, dat is nodig voor goede processtukken. Maar in de loop van de samenwerking ben ik niet concreet anders over bepaalde dingen gaan denken.’

De Knijff: ‘Daar zou je Paul ook moeilijk op kunnen betrappen. Hij heeft namelijk heel veel ervaring met alle kanten van het faillissementsrecht. Cassatie vergt een andere invalshoek, maar in de praktijk voer je nauw overleg met de andere advocaat. Als cassatieadvocaat ben je een generalist in het civiele recht, je hebt als het ware nog een beetje een algemene praktijk, al is specialistische kennis van burgerlijk procesrecht heel belangrijk. Maar voor kennis van het materiële recht op een specialistisch gebied is samenwerking met de advocaat die de zaak in eerdere instanties deed, of zoals hier met de curator, heel waardevol.’

Nooit gemoderniseerd

Schepel: ‘We hebben veel gemaild en gebeld. Van het vele brainstormen is KPN rijk geworden. Fase 1 van de samenwerking is er samen over praten. Fase 2 is het schrijven van processtukken, David komt dan met het concept waarop ik commentaar geef. Het is makkelijker om te schieten op een stuk dan om zelf het wiel uit te vinden…’

De Knijff: ‘Voor mij is het leuke van deze samenwerking om niet alleen in cassatie, maar ook de zaken bij rechtbank en hof te kunnen doen. De Faillisementswet zelf is nooit echt gemoderniseerd en is nogal abstract. Je krijgt pas inzicht in hoe het echt werkt, als je met een goeie curator optrekt. Als je ook procedeert bij rechtbank en hof, heb je niet alleen de diepgang, maar ook het gooi- en smijtwerk. Lekker procederen, uit je kantoor komen, zitting doen en pleiten: daarom ben ik advocaat geworden.’

Schepel: ‘En een bijkomend voordeel is dat David niemand streng aan hoeft te kijken wanneer er in feitelijke instanties niet handig is geprocedeerd – als in cassatie blijkt dat het springende punt niet is aangevoerd.’

Anticiperen

De Knijff: ‘Het kan handig zijn om te anticiperen op eventuele cassatie. Dan kan een cassatieadvocaat procestukken al meelezen en adviseren om dit of dat punt ook mee te nemen, zodat je bij een latere cassatie een goed dossier hebt.’

Schepel: ‘Het lijkt erop dat we wat Eurocommerce betreft nu aan de laatste procedure bezig zijn. In december gaan we nog naar het hof, en dan volgt er hoogstwaarschijnlijk geen cassatie meer.’

De Knijff: ‘Zeg nooit “nooit”.’

Helft advocaten maakte afgelopen jaar agressie mee

De helft van de ruim 18.000 Nederlandse advocaten kreeg de afgelopen twaalf maanden te maken met agressie. Vier op de tien maakten zelfs meerdere incidenten mee. 37% beoordeelde het incident dat zij meemaakten als ‘(zeer) ernstig’. Dat blijkt uit onderzoek dat I&O Research heeft gedaan in opdracht van de Nederlandse

Lees Verder >

Eerdere Berichten

Delen:

Twitter
LinkedIn
Email

Overzicht pagina:

Thema

Onderneming:

Cliënt en juridisch adviseur: ‘Je wilt een onbevangen blik die je inhouse niet kunt krijgen’

Paul Schepel (advocaat insolventierecht, JPR Advocaten) is een van de curatoren in het faillissement van vastgoedreus Eurocommerce. Voor talloze (cassatie)procedures schakelde hij David de Knijff in (cassatieadvocaat, Ekelmans & Meijer). Laatstgenoemde: ‘Als je ook procedeert bij rechtbank en hof, heb je niet alleen de diepgang, maar ook het gooi- en smijtwerk.’

De Knijff: ‘Een van de medecuratoren van Paul riep mijn bijstand in, toen Eurocommerce in 2012 failliet ging. Aanvankelijk ging het om een kort geding over de opheffing van een beslag. Daarna kwamen er vele andere procedures. Als je “Eurocommerce” zoekt op Rechtspraak.nl, krijg je 112 hits. In twee zaken zijn prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld, maar het meeste werk hadden we aan de zaken bij rechtbank en hof. En we zijn nog niet klaar – in december is er nog een zitting bij het Hof in Arnhem.’

Schepel: ‘Die zaken had ik in theorie ook zelf kunnen doen. Maar hier namen we sowieso een externe advocaat in de arm omdat er grote belangen op het spel stonden en omdat we vrijwel direct een forse aansprakelijkheidsstelling van directeur-eigenaar Visser te pakken hadden. Je kan van alles zelf bedenken, maar dan wil je een volledig onbevangen blik, die je inhouse niet kunt krijgen. Iemand die zegt: “Dat is leuk bedacht, maar je zit op een verkeerd spoor.”’

De Knijff: ‘In cassatie was vooral de verrekening in het faillissement een heet hangijzer. De Rabobank wilde de saldi van de failliet die nog op de bankrekeningen stonden, verrekenen met hun vorderingen. Dus een ruime interpretatie van artikel 54 van de Faillissementswet. Wij zeiden: dat kan niet, want die verrekeningsmogelijkheid stopt als de bank redelijkerwijs moet vermoeden dat er een faillissement aan komt. De rechtbank stelde een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad, dan kan sinds 2012, en die antwoordde in onze zin.’

Schepel: ‘Spannend was ook het kort geding dat we aan onze broek kregen om een beslag eraf te krijgen. En toen we in de Pauliana procedure over het verkochte hotel een tussenarrest van het hof met een bewijsopdracht kregen, dachten we ook: oeps!’

Weerlegbaar bewijsvermoeden

De Knijff: ‘Bij het kort geding ging het om precieze interpretatie van de feiten. Een bepaalde boeking leek een bepaalde kant op te wijzen, maar bij nadere lezing werd diezelfde boeking ineens het springende bewijs voor de vordering, waarop we beslag konden blijven leggen. En verder had de directeur-eigenaar een hotel voor een opvallend lage prijs aan zijn dochter verkocht, binnen een jaar voor het faillissement. Dan is er een weerlegbaar bewijsvermoeden dat beide partijen wisten van het aanstaande faillissement. In het tussenarrest kreeg de wederpartij de kans tegenbewijs te leveren, maar na de getuigenverklaringen heeft het hof in ons voordeel beslist. Dat vond ik ook heel spannend, ja.’

Schepel: ‘In deze intellectuele samenwerking vullen we elkaar aan. Je houdt elkaar scherp in het denkproces, dat is nodig voor goede processtukken. Maar in de loop van de samenwerking ben ik niet concreet anders over bepaalde dingen gaan denken.’

De Knijff: ‘Daar zou je Paul ook moeilijk op kunnen betrappen. Hij heeft namelijk heel veel ervaring met alle kanten van het faillissementsrecht. Cassatie vergt een andere invalshoek, maar in de praktijk voer je nauw overleg met de andere advocaat. Als cassatieadvocaat ben je een generalist in het civiele recht, je hebt als het ware nog een beetje een algemene praktijk, al is specialistische kennis van burgerlijk procesrecht heel belangrijk. Maar voor kennis van het materiële recht op een specialistisch gebied is samenwerking met de advocaat die de zaak in eerdere instanties deed, of zoals hier met de curator, heel waardevol.’

Nooit gemoderniseerd

Schepel: ‘We hebben veel gemaild en gebeld. Van het vele brainstormen is KPN rijk geworden. Fase 1 van de samenwerking is er samen over praten. Fase 2 is het schrijven van processtukken, David komt dan met het concept waarop ik commentaar geef. Het is makkelijker om te schieten op een stuk dan om zelf het wiel uit te vinden…’

De Knijff: ‘Voor mij is het leuke van deze samenwerking om niet alleen in cassatie, maar ook de zaken bij rechtbank en hof te kunnen doen. De Faillisementswet zelf is nooit echt gemoderniseerd en is nogal abstract. Je krijgt pas inzicht in hoe het echt werkt, als je met een goeie curator optrekt. Als je ook procedeert bij rechtbank en hof, heb je niet alleen de diepgang, maar ook het gooi- en smijtwerk. Lekker procederen, uit je kantoor komen, zitting doen en pleiten: daarom ben ik advocaat geworden.’

Schepel: ‘En een bijkomend voordeel is dat David niemand streng aan hoeft te kijken wanneer er in feitelijke instanties niet handig is geprocedeerd – als in cassatie blijkt dat het springende punt niet is aangevoerd.’

Anticiperen

De Knijff: ‘Het kan handig zijn om te anticiperen op eventuele cassatie. Dan kan een cassatieadvocaat procestukken al meelezen en adviseren om dit of dat punt ook mee te nemen, zodat je bij een latere cassatie een goed dossier hebt.’

Schepel: ‘Het lijkt erop dat we wat Eurocommerce betreft nu aan de laatste procedure bezig zijn. In december gaan we nog naar het hof, en dan volgt er hoogstwaarschijnlijk geen cassatie meer.’

De Knijff: ‘Zeg nooit “nooit”.’

Eerdere Berichten

Delen:

Twitter
LinkedIn
Email

Overzicht pagina:

Privacy Cookies

Leuk dat u er bent. Nog even dit:

LEGALE ZAKEN maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content via social media te delen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Wij gaan zorgvuldig met uw privégegevens om. Klik op ‘lees verder’ voor uitgebreide informatie.

Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van deze site stemt u hiermee in. 

Privacy Cookies

Leuk dat u er bent. Nog even dit:

LEGALE ZAKEN maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content via social media te delen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Wij gaan zorgvuldig met uw privégegevens om. Klik op ‘lees verder’ voor uitgebreide informatie.

Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van deze site stemt u hiermee in.