LEGALE ZAKEN

Zakelijk nieuws / Juridisch perspectief

Altijd op de hoogte blijven?
Even inschrijven:

Thema

Onderneming:

Q&A hoogleraar Matthijs Nelemans: ‘Leidinggevende moet ook opzet hebben gehad op het verboden gedrag’

In het strafrechtelijk onderzoek van het Openbaar Ministerie (OM) naar Tata Steel IJmuiden en Harsco Metals blijven de leidinggevenden niet buiten schot. Het OM onderzoekt of hen verweten kan worden dat zij opzettelijk en illegaal schadelijke stoffen in bodem, lucht of oppervlaktewater hebben laten brengen, met gevaar voor de openbare gezondheid. ‘Vanuit politiek en samenleving komt meer druk op vervuilende bedrijven’, zegt Matthijs Nelemans, hoogleraar financieel strafrecht van de Tilburg Law School. ‘Die druk zal regelmatig juridische gedaantes aannemen.’

De rol van de leidinggevenden maakt expliciet onderdeel uit van het strafrechtelijk onderzoek. Moet de top zich zorgen maken?

‘Primair richt het onderzoek van het OM zich op eventuele strafbare feiten begaan door de bedrijven, de rechtspersonen. Daarbij kijkt het OM naar de vergunningen en of de gedragingen strafbaar zijn. Mocht dat zo zijn, dan kan het OM ook bekijken of bepaalde feitelijk leidinggevenden een strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

Het onderzoek hoeft zich niet meteen te richten op de top. Veelal begint een onderzoek lager in de organisatie en richt het zich op managers of leidinggevenden die vrij direct betrokken zijn bij het verboden gedrag, bijvoorbeeld afvalverwerking. Afhankelijk van de onderzoeksresultaten kan het OM hoger in de organisatie kijken. In dat ruimere onderzoek kan het uiteindelijk ook het bestuur betrekken. Een bestuurder is niet vanwege zijn functie automatisch strafrechtelijk verantwoordelijk voor verboden gedrag van of binnen een rechtspersoon. Dan moet de bestuurder via zijn gedrag daaraan een zekere bijdrage hebben geleverd en gehad.’

Wat is de hoofdvraag in het onderzoek?

‘De hoofdvraag blijft of Tata Steel IJmuiden en Harsco Metals strafbare feiten hebben begaan: is er sprake van opzettelijke en wederrechtelijke milieuvervuiling met ernstige gevolgen voor de omwonenden? Als daarvoor genoeg bewijs is, kan het OM ook onderzoeken of er voldoende bewijs is voor feitelijk leidinggeven aan het strafbare gedrag. Dan bekijkt het OM of hogergeplaatste leidinggevenden hebben bijgedragen aan het strafbare verwijt. De ondergrens daarvan is een rafelig leerstuk.

De Hoge Raad heeft in 2016 nog een keer een toelichting gegeven. Van een bijdrage kan bijvoorbeeld sprake zijn als het strafbare feit het onvermijdelijke gevolg is van algemeen gevoerd beleid. Ook een meer passieve houding zou al genoeg kunnen zijn, als een leidinggevende bevoegd is om bepaald verboden gedrag te stoppen en dit nalaat. Aansporing tot strafbaar gedrag is dus niet nodig. Naast een bijdrage moet de leidinggevende ook opzet hebben gehad op het verboden gedrag. De ondergrens is dat hij of zij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het verboden gedrag zich zou voordoen.’

Is het volgens de wet mogelijk om bestuurders aansprakelijk te houden voor milieuovertredingen?

‘Ja, als er voldoende bewijs is dat zij als feitelijk leidinggevende zijn te kwalificeren. Meestal staat een bestuurder wat verder af van de uitvoerder van de verboden gedraging. Maar er kan wel een verband zijn. Een rechter moet oordelen of de bestuurder heeft bijgedragen aan het verboden gedrag en wel op zo’n manier dat dit een strafrechtelijk verwijt oplevert. Denk bijvoorbeeld aan de wetenschap van de bestuurder over het verboden gedrag, de mate van betrokkenheid, het algemene beleid van de bestuurder en ander verboden gedrag van de vennootschap.’

Wat kan de consequentie zijn voor leidinggevenden?

‘Personen die worden veroordeeld als feitelijk leidinggevende van een strafbaar feit kunnen onder meer een strafrechtelijke boete krijgen of celstraf. Op overtreding van artikel 173a van het Wetboek van Strafrecht staat een maximale gevangenisstraf van twaalf jaar.’

Is er jurisprudentie over vergelijkbare zaken?

‘Leidinggevenden zijn vaker aansprakelijk gesteld voor milieudelicten. In 2016 bijvoorbeeld veroordeelde het gerechtshof in Den Bosch de directeur en twee leidinggevenden van Chemie-Pack in Moerdijk tot taakstraffen en een voorwaardelijke gevangenisstraf. En vorig jaar veroordeelde de rechtbank Overijssel in de fipronilzaak twee bestuurders tot twaalf maanden cel.’

Is er sprake van een bredere trend, dat de top van het bedrijfsleven niet zomaar meer vrijuit gaat als dingen misgaan?

‘In de afgelopen vijftien jaar onderzocht het OM met enige regelmaat grote bedrijven en transigeerde een deel van de zaken. Het valt op dat dit vaak omvangrijke, complexe zaken zijn, waarbij de schikkingsbedragen sterk zijn gestegen naar niet zelden ruim boven €100 mln. Het OM ziet dan af van vervolging als de verdachte partij betaalt. Denk aan de onderzoeken naar Rabobank, KPMG, SBM Offshore, Vimpelcom en ABN Amro. Het is logisch dat in dergelijke zaken ook de vraag opkomt of een bestuurder eventueel strafrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Daar zal secuur naar moeten worden gekeken.’

Welk signaal geeft het OM met dit strafrechtelijk onderzoek af aan het bedrijfsleven?

‘Ik verwacht niet dat dit onderzoek in het bijzonder is bedoeld om een signaal af te geven. Er zijn maatschappelijke vragen over de bedrijven in kwestie en er liggen veel aangiften. Het OM heeft naar de aangiften gekeken en kennelijk geoordeeld dat er voldoende aanleiding is om een strafrechtelijk onderzoek te starten. Het is vrij gangbaar dat dergelijke onderzoeken zich niet alleen uitstrekken tot mogelijke strafbare feiten begaan door rechtspersonen, maar ook eventuele feitelijk leidinggevenden.’

Welke bedrijven of sectoren moeten zich aangesproken voelen?

‘Er komt meer druk vanuit de politiek en samenleving op vervuilende bedrijven. Dat is een algemene trend die door zal blijven gaan: van ondernemingen wordt verwacht dat zij maatschappelijk verantwoord ondernemen. De druk op vervuilende bedrijven zal regelmatig juridische gedaantes aannemen in de vorm van beperkende regulering, aangepaste vergunningen, civiele zaken, administratieve procedures en mogelijk ook strafrechtelijke zaken als daar aanleiding voor is.’

Welke wet speelt in deze zaak de grootste rol?

‘De aangifte is naar mijn beste weten gebaseerd op artikelen 173a en 173b van het Wetboek van Strafrecht: het in omloop brengen van schadelijke stoffen waardoor onder meer gevaar voor de openbare gezondheid ontstaat of zelfs levensgevaar. Daarmee is de zaak gebaseerd op het gewone strafrecht, een commuun delict.’

Eerdere Berichten

Delen:

Twitter
LinkedIn
Email

Overzicht pagina:

Thema

Onderneming:

Q&A hoogleraar Matthijs Nelemans: ‘Leidinggevende moet ook opzet hebben gehad op het verboden gedrag’

In het strafrechtelijk onderzoek van het Openbaar Ministerie (OM) naar Tata Steel IJmuiden en Harsco Metals blijven de leidinggevenden niet buiten schot. Het OM onderzoekt of hen verweten kan worden dat zij opzettelijk en illegaal schadelijke stoffen in bodem, lucht of oppervlaktewater hebben laten brengen, met gevaar voor de openbare gezondheid. ‘Vanuit politiek en samenleving komt meer druk op vervuilende bedrijven’, zegt Matthijs Nelemans, hoogleraar financieel strafrecht van de Tilburg Law School. ‘Die druk zal regelmatig juridische gedaantes aannemen.’

De rol van de leidinggevenden maakt expliciet onderdeel uit van het strafrechtelijk onderzoek. Moet de top zich zorgen maken?

‘Primair richt het onderzoek van het OM zich op eventuele strafbare feiten begaan door de bedrijven, de rechtspersonen. Daarbij kijkt het OM naar de vergunningen en of de gedragingen strafbaar zijn. Mocht dat zo zijn, dan kan het OM ook bekijken of bepaalde feitelijk leidinggevenden een strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

Het onderzoek hoeft zich niet meteen te richten op de top. Veelal begint een onderzoek lager in de organisatie en richt het zich op managers of leidinggevenden die vrij direct betrokken zijn bij het verboden gedrag, bijvoorbeeld afvalverwerking. Afhankelijk van de onderzoeksresultaten kan het OM hoger in de organisatie kijken. In dat ruimere onderzoek kan het uiteindelijk ook het bestuur betrekken. Een bestuurder is niet vanwege zijn functie automatisch strafrechtelijk verantwoordelijk voor verboden gedrag van of binnen een rechtspersoon. Dan moet de bestuurder via zijn gedrag daaraan een zekere bijdrage hebben geleverd en gehad.’

Wat is de hoofdvraag in het onderzoek?

‘De hoofdvraag blijft of Tata Steel IJmuiden en Harsco Metals strafbare feiten hebben begaan: is er sprake van opzettelijke en wederrechtelijke milieuvervuiling met ernstige gevolgen voor de omwonenden? Als daarvoor genoeg bewijs is, kan het OM ook onderzoeken of er voldoende bewijs is voor feitelijk leidinggeven aan het strafbare gedrag. Dan bekijkt het OM of hogergeplaatste leidinggevenden hebben bijgedragen aan het strafbare verwijt. De ondergrens daarvan is een rafelig leerstuk.

De Hoge Raad heeft in 2016 nog een keer een toelichting gegeven. Van een bijdrage kan bijvoorbeeld sprake zijn als het strafbare feit het onvermijdelijke gevolg is van algemeen gevoerd beleid. Ook een meer passieve houding zou al genoeg kunnen zijn, als een leidinggevende bevoegd is om bepaald verboden gedrag te stoppen en dit nalaat. Aansporing tot strafbaar gedrag is dus niet nodig. Naast een bijdrage moet de leidinggevende ook opzet hebben gehad op het verboden gedrag. De ondergrens is dat hij of zij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het verboden gedrag zich zou voordoen.’

Is het volgens de wet mogelijk om bestuurders aansprakelijk te houden voor milieuovertredingen?

‘Ja, als er voldoende bewijs is dat zij als feitelijk leidinggevende zijn te kwalificeren. Meestal staat een bestuurder wat verder af van de uitvoerder van de verboden gedraging. Maar er kan wel een verband zijn. Een rechter moet oordelen of de bestuurder heeft bijgedragen aan het verboden gedrag en wel op zo’n manier dat dit een strafrechtelijk verwijt oplevert. Denk bijvoorbeeld aan de wetenschap van de bestuurder over het verboden gedrag, de mate van betrokkenheid, het algemene beleid van de bestuurder en ander verboden gedrag van de vennootschap.’

Wat kan de consequentie zijn voor leidinggevenden?

‘Personen die worden veroordeeld als feitelijk leidinggevende van een strafbaar feit kunnen onder meer een strafrechtelijke boete krijgen of celstraf. Op overtreding van artikel 173a van het Wetboek van Strafrecht staat een maximale gevangenisstraf van twaalf jaar.’

Is er jurisprudentie over vergelijkbare zaken?

‘Leidinggevenden zijn vaker aansprakelijk gesteld voor milieudelicten. In 2016 bijvoorbeeld veroordeelde het gerechtshof in Den Bosch de directeur en twee leidinggevenden van Chemie-Pack in Moerdijk tot taakstraffen en een voorwaardelijke gevangenisstraf. En vorig jaar veroordeelde de rechtbank Overijssel in de fipronilzaak twee bestuurders tot twaalf maanden cel.’

Is er sprake van een bredere trend, dat de top van het bedrijfsleven niet zomaar meer vrijuit gaat als dingen misgaan?

‘In de afgelopen vijftien jaar onderzocht het OM met enige regelmaat grote bedrijven en transigeerde een deel van de zaken. Het valt op dat dit vaak omvangrijke, complexe zaken zijn, waarbij de schikkingsbedragen sterk zijn gestegen naar niet zelden ruim boven €100 mln. Het OM ziet dan af van vervolging als de verdachte partij betaalt. Denk aan de onderzoeken naar Rabobank, KPMG, SBM Offshore, Vimpelcom en ABN Amro. Het is logisch dat in dergelijke zaken ook de vraag opkomt of een bestuurder eventueel strafrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Daar zal secuur naar moeten worden gekeken.’

Welk signaal geeft het OM met dit strafrechtelijk onderzoek af aan het bedrijfsleven?

‘Ik verwacht niet dat dit onderzoek in het bijzonder is bedoeld om een signaal af te geven. Er zijn maatschappelijke vragen over de bedrijven in kwestie en er liggen veel aangiften. Het OM heeft naar de aangiften gekeken en kennelijk geoordeeld dat er voldoende aanleiding is om een strafrechtelijk onderzoek te starten. Het is vrij gangbaar dat dergelijke onderzoeken zich niet alleen uitstrekken tot mogelijke strafbare feiten begaan door rechtspersonen, maar ook eventuele feitelijk leidinggevenden.’

Welke bedrijven of sectoren moeten zich aangesproken voelen?

‘Er komt meer druk vanuit de politiek en samenleving op vervuilende bedrijven. Dat is een algemene trend die door zal blijven gaan: van ondernemingen wordt verwacht dat zij maatschappelijk verantwoord ondernemen. De druk op vervuilende bedrijven zal regelmatig juridische gedaantes aannemen in de vorm van beperkende regulering, aangepaste vergunningen, civiele zaken, administratieve procedures en mogelijk ook strafrechtelijke zaken als daar aanleiding voor is.’

Welke wet speelt in deze zaak de grootste rol?

‘De aangifte is naar mijn beste weten gebaseerd op artikelen 173a en 173b van het Wetboek van Strafrecht: het in omloop brengen van schadelijke stoffen waardoor onder meer gevaar voor de openbare gezondheid ontstaat of zelfs levensgevaar. Daarmee is de zaak gebaseerd op het gewone strafrecht, een commuun delict.’

Eerdere Berichten

Delen:

Twitter
LinkedIn
Email

Overzicht pagina:

Privacy Cookies

Leuk dat u er bent. Nog even dit:

LEGALE ZAKEN maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content via social media te delen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Wij gaan zorgvuldig met uw privégegevens om. Klik op ‘lees verder’ voor uitgebreide informatie.

Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van deze site stemt u hiermee in. 

Privacy Cookies

Leuk dat u er bent. Nog even dit:

LEGALE ZAKEN maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content via social media te delen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Wij gaan zorgvuldig met uw privégegevens om. Klik op ‘lees verder’ voor uitgebreide informatie.

Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van deze site stemt u hiermee in.