LEGALE ZAKEN

Zakelijk nieuws / Juridisch perspectief

Altijd op de hoogte blijven?
Even inschrijven:

Interviews:

Q&A

Cliënt en juridisch adviseur: ‘Een kort geding was de enige weg om reële tarieven te bereiken’

Marian van Hamersveld (tot mei bestuurssecretaris en nu bestuursadviseur juridische zaken van Brabantse GGZ-instelling Reinier van Arkel) en Jan van Heijningen (advocaat aanbestedingsrecht, Holla Advocaten) streden sinds 2017 voor reële tarieven na de decentralisatie van de jeugdzorg. ‘Ze vijlt soms in concepten de scherpe kantjes eraf. Een bijvoeglijk naamwoord erbij en extra bijzinnen, want er is ook nog een toekomst.’

Van Heijningen: ‘In het aanbestedingsrecht moet een inschrijver, als hij de opdracht niet krijgt of de voorwaarden niet accepteert, binnen een hele korte termijn een kort geding aanhangig maken. Anders gaat de opdracht zeker naar een ander.’

Van Hamersveld: ‘Je zit meteen in een pressure cooker. Op hele korte termijn moet je mensen in stelling brengen, terwijl iedereen een drukke agenda heeft. Ik ben een generalist, heb goede kennis van het gezondheidsrecht, maar op andere terreinen heb ik vooral een antennefunctie. Ik weet wanneer ik er een specialist bij moet halen, wanneer ik Jan moet bellen.’

Van Heijningen: ‘Naast het juridische uitzoekwerk is er bij een kort geding veel te organiseren. Je moet het kort geding aanhangig maken, de documenten opvragen, jurisprudentie-onderzoek doen, een datum vragen aan de president van de rechtbank, verhinderdata vragen aan de wederpartij – noem maar op. De advocaat moet alle relevante feiten weten en de cliënt moet vertellen welke feiten van belang zijn. Marian heeft daar gevoel voor, ze gaat heel grondig te werk en weet welke medewerkers in deze grote organisatie over die feiten beschikken.’

Van Hamersveld: ‘Ik heb er toen de collega’s van de afdelingen financiën en zorginkoop bij betrokken. Zij weten hoe de producten zijn samengesteld en wat een reële prijs moet zijn.’

Van Heijningen: ‘De kwestie was dat de gemeenten bij de decentralisatie van de jeugdzorg niet voldoende financiële middelen kregen. Voorheen stelde de Nederlandse Zorgautoriteit de tarieven vast, maar de gemeenten wilden die niet overnemen. Ze gingen appels met peren vermengen, waardoor er te lage tarieven werden vastgesteld en bij jeugdzorginstellingen grote tekorten ontstonden. Maar in de Jeugdwet staat dat de gemeente reële prijzen moet betalen, en de gemeente Tilburg betaalde die niet.’

Minder gespecialiseerde professionals

Van Hamersveld: ‘Gemeenten wilden zo voordelig mogelijk inkopen, en dachten dat veel behandelingen wel door minder gespecialiseerde professionals konden worden gegeven. Maar dat is niet het geval, bij een specialistische tweedelijns ggz instelling als de onze.’

Van Heijningen: ‘Gespecialiseerde jeugdzorginstellingen hebben een hogere kostenstructuur die de psychiater op de hoek niet heeft. Die heeft niet de verantwoordelijkheid voor bijvoorbeeld crisisopvang, en verleent geen hooggespecialiseerde hulp in een intramurale setting.’

Van Hamersveld: ‘Er werken op de verschillende locaties van Reinier van Arkel, waarvan Den Bosch en Vught de grootste zijn, in totaal ruim 1800 medewerkers. Het specialistische centrum Kinder & Jeugd psychiatrie heeft een bovenregionale functie en is verantwoordelijk voor 20 procent van de totale omzet van Reinier van Arkel. Dat is een belangrijk onderdeel, en we móesten wel deelnemen aan aanbestedingen om deze functie in stand houden. En het kort geding was op een gegeven moment nog de enige weg om reële tarieven te bereiken.’

Van Heijningen: ‘Thans is er veel jurisprudentie over de reële prijzen, maar toen nog niet. We vroegen ons af wat de rechter zou doen. Je hóeft immers niet in te schrijven en te contracteren. Maar de gemeente kreeg ongelijk van de kortgedingrechter in Breda en in hoger beroep van het Hof Den Bosch, in de toonaangevende uitspraak van 30 oktober 2018. Sindsdien hebben Marian en ik vooral contact over de uitleg van contracten uit eerdere aanbestedingen. Anders dan bij gewone overeenkomsten kunnen die vaak eenzijdig worden verlengd. Bij uitleg is niet de Haviltex-formule, de redelijkheid en billijkheid, maar de CAO-norm: “wat stáát er?”, bepalend voor uitleg van de tekst.’

In gesprek blijven

Van Hamersveld: ‘Daar zit dan minder rek in omdat de overheid partijen niet ongelijk kan behandelen. We willen scherp blijven op juridisch vlak, maar we zijn gevestigd in Brabant, we hebben met deze gemeenten te maken, dus moeten we toch ook zorgen dat we in gesprek blijven. Dan moet je ook openingen bieden om in overleg ergens uit te komen.’

Van Heijningen: ‘Advocaten zijn geneigd het standpunt van hun cliënten scherp op te schrijven. Marian heeft er ook aandacht voor dat ze verder moet met een gemeente. Ze vijlt soms in concepten de scherpe kantjes eraf. Een bijvoeglijk naamwoord erbij en extra bijzinnen, want er is ook nog een toekomst. Als advocaat moet je ook gevoel hebben bij de organisatie, een gemeente, waarmee je te maken hebt, en voor de mensen tegenover je. Ik was zelf lid van de gemeenteraad en ben voorzitter van de gemeentelijke commissie voor bezwaar- en beroepschriften. Daardoor heb ik ervaring met hoe een overheidsorganisatie werkt en met denken in verhoudingen. Bij aanbestedingen kun je niet onderhandelen, maar je moet wel weten hoe besluitvormingsprocessen verlopen.’

Afwisselingen

Van Hamersveld: ‘Ik zou niet hoeven ruilen met het vak van advocaat. Ik ben erg tevreden over mijn functie, de afwisseling qua rechtsgebieden, maar ook het meedenken over andere dan juridische zaken. En ik kan de behandelaren ontzorgen, als ze met gezondheidsrecht, vooral het beroepsgeheim, te maken krijgen.’

Van Heijningen: ‘Ik zou wel een maandje willen meelopen bij Reinier van Arkel, om te zien hoe er binnen zo’n organisatie wordt gewerkt. Maar ik wil niet ruilen van eeuwigheid tot zaligheid. Want ik vind advocaat zijn een fantastisch vak. Ik kan me verdiepen in interessante vraagstukken in het grensgebied van publiek- en privaatrecht. Omdat die twee niet op elkaar passen, moet je creatief zijn en altijd weer een oplossing weten te vinden.’

Juridicum Vitae: Mofadja Soorsma-Bokadida

Mofadja Soorsma-Bokadida is general counsel bij projectontwikkelaar Blauwhoed. Als alleenstaand moeder van een pasgeboren tweeling studeerde ze tijdens haar fulltime baan als Loyens & Loeff-transactiejurist af aan de UvA, waarna ze bij (vastgoed)belegger Merin als legal counsel het bedrijfsleven leerde kennen. Verantwoordelijkheid nemen werd haar als kind in haar gastarbeidersgezin

Lees Verder >

Eerdere Interviews

Delen:

Twitter
LinkedIn
Email

Overzicht pagina:

Thema

Interview:

Cliënt en juridisch adviseur: ‘Een kort geding was de enige weg om reële tarieven te bereiken’

Marian van Hamersveld (tot mei bestuurssecretaris en nu bestuursadviseur juridische zaken van Brabantse GGZ-instelling Reinier van Arkel) en Jan van Heijningen (advocaat aanbestedingsrecht, Holla Advocaten) streden sinds 2017 voor reële tarieven na de decentralisatie van de jeugdzorg. ‘Ze vijlt soms in concepten de scherpe kantjes eraf. Een bijvoeglijk naamwoord erbij en extra bijzinnen, want er is ook nog een toekomst.’

Van Heijningen: ‘In het aanbestedingsrecht moet een inschrijver, als hij de opdracht niet krijgt of de voorwaarden niet accepteert, binnen een hele korte termijn een kort geding aanhangig maken. Anders gaat de opdracht zeker naar een ander.’

Van Hamersveld: ‘Je zit meteen in een pressure cooker. Op hele korte termijn moet je mensen in stelling brengen, terwijl iedereen een drukke agenda heeft. Ik ben een generalist, heb goede kennis van het gezondheidsrecht, maar op andere terreinen heb ik vooral een antennefunctie. Ik weet wanneer ik er een specialist bij moet halen, wanneer ik Jan moet bellen.’

Van Heijningen: ‘Naast het juridische uitzoekwerk is er bij een kort geding veel te organiseren. Je moet het kort geding aanhangig maken, de documenten opvragen, jurisprudentie-onderzoek doen, een datum vragen aan de president van de rechtbank, verhinderdata vragen aan de wederpartij – noem maar op. De advocaat moet alle relevante feiten weten en de cliënt moet vertellen welke feiten van belang zijn. Marian heeft daar gevoel voor, ze gaat heel grondig te werk en weet welke medewerkers in deze grote organisatie over die feiten beschikken.’

Van Hamersveld: ‘Ik heb er toen de collega’s van de afdelingen financiën en zorginkoop bij betrokken. Zij weten hoe de producten zijn samengesteld en wat een reële prijs moet zijn.’

Van Heijningen: ‘De kwestie was dat de gemeenten bij de decentralisatie van de jeugdzorg niet voldoende financiële middelen kregen. Voorheen stelde de Nederlandse Zorgautoriteit de tarieven vast, maar de gemeenten wilden die niet overnemen. Ze gingen appels met peren vermengen, waardoor er te lage tarieven werden vastgesteld en bij jeugdzorginstellingen grote tekorten ontstonden. Maar in de Jeugdwet staat dat de gemeente reële prijzen moet betalen, en de gemeente Tilburg betaalde die niet.’

Minder gespecialiseerde professionals

Van Hamersveld: ‘Gemeenten wilden zo voordelig mogelijk inkopen, en dachten dat veel behandelingen wel door minder gespecialiseerde professionals konden worden gegeven. Maar dat is niet het geval, bij een specialistische tweedelijns ggz instelling als de onze.’

Van Heijningen: ‘Gespecialiseerde jeugdzorginstellingen hebben een hogere kostenstructuur die de psychiater op de hoek niet heeft. Die heeft niet de verantwoordelijkheid voor bijvoorbeeld crisisopvang, en verleent geen hooggespecialiseerde hulp in een intramurale setting.’

Van Hamersveld: ‘Er werken op de verschillende locaties van Reinier van Arkel, waarvan Den Bosch en Vught de grootste zijn, in totaal ruim 1800 medewerkers. Het specialistische centrum Kinder & Jeugd psychiatrie heeft een bovenregionale functie en is verantwoordelijk voor 20 procent van de totale omzet van Reinier van Arkel. Dat is een belangrijk onderdeel, en we móesten wel deelnemen aan aanbestedingen om deze functie in stand houden. En het kort geding was op een gegeven moment nog de enige weg om reële tarieven te bereiken.’

Van Heijningen: ‘Thans is er veel jurisprudentie over de reële prijzen, maar toen nog niet. We vroegen ons af wat de rechter zou doen. Je hóeft immers niet in te schrijven en te contracteren. Maar de gemeente kreeg ongelijk van de kortgedingrechter in Breda en in hoger beroep van het Hof Den Bosch, in de toonaangevende uitspraak van 30 oktober 2018. Sindsdien hebben Marian en ik vooral contact over de uitleg van contracten uit eerdere aanbestedingen. Anders dan bij gewone overeenkomsten kunnen die vaak eenzijdig worden verlengd. Bij uitleg is niet de Haviltex-formule, de redelijkheid en billijkheid, maar de CAO-norm: “wat stáát er?”, bepalend voor uitleg van de tekst.’

In gesprek blijven

Van Hamersveld: ‘Daar zit dan minder rek in omdat de overheid partijen niet ongelijk kan behandelen. We willen scherp blijven op juridisch vlak, maar we zijn gevestigd in Brabant, we hebben met deze gemeenten te maken, dus moeten we toch ook zorgen dat we in gesprek blijven. Dan moet je ook openingen bieden om in overleg ergens uit te komen.’

Van Heijningen: ‘Advocaten zijn geneigd het standpunt van hun cliënten scherp op te schrijven. Marian heeft er ook aandacht voor dat ze verder moet met een gemeente. Ze vijlt soms in concepten de scherpe kantjes eraf. Een bijvoeglijk naamwoord erbij en extra bijzinnen, want er is ook nog een toekomst. Als advocaat moet je ook gevoel hebben bij de organisatie, een gemeente, waarmee je te maken hebt, en voor de mensen tegenover je. Ik was zelf lid van de gemeenteraad en ben voorzitter van de gemeentelijke commissie voor bezwaar- en beroepschriften. Daardoor heb ik ervaring met hoe een overheidsorganisatie werkt en met denken in verhoudingen. Bij aanbestedingen kun je niet onderhandelen, maar je moet wel weten hoe besluitvormingsprocessen verlopen.’

Afwisselingen

Van Hamersveld: ‘Ik zou niet hoeven ruilen met het vak van advocaat. Ik ben erg tevreden over mijn functie, de afwisseling qua rechtsgebieden, maar ook het meedenken over andere dan juridische zaken. En ik kan de behandelaren ontzorgen, als ze met gezondheidsrecht, vooral het beroepsgeheim, te maken krijgen.’

Van Heijningen: ‘Ik zou wel een maandje willen meelopen bij Reinier van Arkel, om te zien hoe er binnen zo’n organisatie wordt gewerkt. Maar ik wil niet ruilen van eeuwigheid tot zaligheid. Want ik vind advocaat zijn een fantastisch vak. Ik kan me verdiepen in interessante vraagstukken in het grensgebied van publiek- en privaatrecht. Omdat die twee niet op elkaar passen, moet je creatief zijn en altijd weer een oplossing weten te vinden.’

Juridicum Vitae: Mofadja Soorsma-Bokadida

Mofadja Soorsma-Bokadida is general counsel bij projectontwikkelaar Blauwhoed. Als alleenstaand moeder van een pasgeboren tweeling studeerde ze tijdens haar fulltime baan als Loyens & Loeff-transactiejurist

Read More >

Eerdere Berichten

Delen:

Twitter
LinkedIn
Email

Overzicht pagina:

Privacy Cookies

Leuk dat u er bent. Nog even dit:

LEGALE ZAKEN maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content via social media te delen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Wij gaan zorgvuldig met uw privégegevens om. Klik op ‘lees verder’ voor uitgebreide informatie.

Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van deze site stemt u hiermee in. 

Privacy Cookies

Leuk dat u er bent. Nog even dit:

LEGALE ZAKEN maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content via social media te delen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Wij gaan zorgvuldig met uw privégegevens om. Klik op ‘lees verder’ voor uitgebreide informatie.

Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van deze site stemt u hiermee in.