LEGALE ZAKEN

Zakelijk nieuws / Juridisch perspectief

Altijd op de hoogte blijven?
Even inschrijven:

Thema

Ondernemingskamer:

LZ-archief Ondernemingskamer: ‘De enquête is eigenlijk een dure vorm van geschiedschrijving’

Legale Zaken, doorstart van de Jurist, publiceerde in 2021 en 2022 een zeer lezenswaardige reeks interviews met functionarissen die door de Ondernemingskamer worden benoemd bij bedrijven in zwaar weer. We zetten ze nog eens in de etalage, met deze keer Ellen Soerjatin. ‘Met name buitenlandse advocaten zeggen wel eens: wat is dit voor bananenrepubliek, dat de rechter zo diep ingrijpt in verhoudingen binnen een onderneming?’

Niet over het onderwerp, maar wel belangrijk: hoe moet uw naam worden uitgesproken?

‘Sóerjatin, zoals je het schrijft, en met de klemtoon op de eerste lettergreep. Ik weet dat het onzin is, maar als mensen “Soerjáttin” zeggen, word ik altijd een beetje kriebelig.’

U was OK-onderzoeker, beheerder van aandelen en OK-commissaris – wat spreekt u het meeste aan?

‘Elke rol kent zijn eigen dynamiek. Ik hou van het uitpluizen als onderzoeker – de enquête is eigenlijk een dure vorm van geschiedschrijving. Als aandelenbeheerder of commissaris ben je meer bezig met heden en toekomst. Dat doet een beroep op eigen wijsheid, je opvatting over wat een correcte governance is. Bij aandelenbeheer is het lastig als je beheert voor twee ruziënde aandeelhouders: er is er altijd één ontevreden met je keuzes. Maar dat is niet erg, je maakt een afweging in het belang van de vénnootschap.’

Helpt de ervaring als OK-functionaris u ook in uw werk als advocaat?

‘Jazeker. Als je weet hoe een onderzoeker ernaar kijkt, kun je een zaak ook beter presenteren. Ik ben een enorme fan van de OK-procedure, adviseer hem ook aan cliënten. Met name buitenlandse advocaten zeggen wel eens: wat is dit voor bananenrepubliek, dat de rechter zo diep ingrijpt in verhoudingen binnen een onderneming? En daar waarschuw ik cliënten ook wel voor: je bent de controle kwijt, vreemde mensen gaan de koers bepalen, dat moet je aanvaarden. Ook al heb je als verzoeker een heel goede case, ook jouw stemrecht kan geschorst worden, als de OK denkt: waar twee vechten hebben twee schuld. Dus je kunt beter onderling overleggen welke voorzieningen je zou willen: bijvoorbeeld een standstill, of een onafhankelijke partij die als bestuurder wordt benoemd.’

Kunnen partijen daarvoor ook een bepaald persoon aandragen?

‘De persoon van de functionaris is allesbepalend voor het succes, en dat vind ik ook een makke van de procedure: de lijst van OK-functionarissen is niet openbaar. Je ziet wel eens dat iemand met nul ervaring wordt benoemd, terwijl die in een wespennest stapt. Als je geen juridische of mkb-ervaring hebt, kan dat heel intimiderend zijn.

Als advocaat begeleid ik ook OK-bestuurders, bijvoorbeeld de eerste OK-bestuurder in de Leaderland-zaak. Die bestuurder heeft zich teruggetrokken en bij de politie een melding gedaan van bedreiging door een aandeelhouder. Haar opvolger heeft zich óók teruggetrokken. De derde is benoemd met de kanttekening dat geen van de aandeelhouders hem mocht benaderen zonder tussenkomst van een advocaat.’

Komen zulke problemen veel voor?

‘Ja. Advocaten moeten hun cliënten hierin opvoeden, maar sommigen maken er een sport van om meteen met aansprakelijkstellingen te komen, in de hoop je te beïnvloeden. Dat is vervelend, en niet effectief. Je maakt de OK-functionaris onderdeel van het geschil. Als advocaat heb je een verantwoordelijkheid om dat te vermijden.

Maar wat ik met dit alles vooral wil zeggen is: als de lijst met OK-functionarissen bekend is, wordt het gemakkelijker voor partijen om een gezamenlijk verzoek in te dienen en dan heeft zo’n functionaris meteen het vertrouwen van beide partijen. Bij arbitrage bijvoorbeeld kiezen partijen ieder drie arbiters uit een lijst van het arbitrageinstituut – degene die matcht, wordt benoemd.’

In uw bijdrage aan het handboek enquêterecht dat hopelijk in het najaar verschijnt maakt u onderscheid tussen een geschil en een conflict – wat wilt u daarmee zeggen?

‘Een geschil is een verschil van mening over feiten. Dat kan hoog oplopen, maar het blijft een “droog” geschil. Het kan escaleren tot een conflict door oud zeer, zich onvoldoende gerespecteerd voelen – dan komen er gevoelens bij en wordt het moeilijk om partijen nog op een juridische manier bij elkaar te brengen.

Het mooie van de OK-procedure is dat niet alles in de mal van het juridische hoeft te worden gevat. Het is niet blauw óf rood, er wordt daartussen geschipperd. Het geschil wordt in de procedure overigens niet direct opgelost, maar de OK kan een breekijzer zijn.

Dat je het stempel “wanbeleid” kunt krijgen, dat vinden mensen veel erger dan “onrechtmatig gehandeld”: het reputatierisico is groot. Dat kan het laatste duwtje zijn om aan tafel te komen. Ik noem dat de disciplinerende werking van de OK. En als er toch een OK-procedure komt, dan kunnen vreemde ogen dwingen: tijdens de mondelinge behandeling kan je een indruk krijgen waar het naar toe gaat, en alsnog schikken. De OK heeft een gereedschapskist met een botte bijl, maar ook hele fijne instrumenten, het gaat om de combinatie. Maar je hebt ook mensen die verslaafd zijn aan hun geschil, dan lukt schikken nooit.’

U besteedt in uw bijdrage ook aandacht aan de raadsheer-commissaris – waarom is hij belangrijk?

‘Sinds 2013 heeft de raadsheer-commissaris bij de OK de bevoegdheid om toezicht te houden op het onderzoek, maar hij kijkt alleen naar de procesmatige kant, terwijl er ook behoefte is aan een inhoudelijke toets. Een onderzoeker kan te ver gaan met zijn vragen en daar moet een onderneming zich tegen kunnen verzetten. De raadsheer-commissaris zegt nu: ik mag daar geen oordeel over geven, we zien het later wel als de vraag naar wanbeleid beoordeeld moet worden door de Ondernemingskamer. Maar dan ligt het rapport er al, en moet je je daar als onderneming tegen gaan verdedigen.

Er is überhaupt geen inhoudelijk toezicht op OK-functionarissen en daar hebben zij zelf ook vaak last van. De OK kijkt alleen op verzoek van een van de partijen heel marginaal of het optreden van de bestuurder de toets der kritiek kan doorstaan. Maar ter voorkoming van aansprakelijkheid wil je soms goedkeuring kunnen vragen: moet ik deze verkoop doorzetten? Daar zou eigenlijk in voorzien moeten worden.’

Wat was tot nu toe uw leukste zaak?

‘Het Slotervaartziekenhuis, waar ik beheerder van de aandelen was. Wij werden plotseling geconfronteerd met het feit dat er een aandelenkoopovereenkomst lag waar de ene aandeelhouder vóór was en de ander faliekant tegen. De bestuurder had maar een paar weken om de ontbindingsclausule in te roepen en de partijen wilden van de OK weten of de bestuurder de koop door moest laten gaan of niet. Het was razend spannend: de vrees voor faillissement, de spoedeisendheid, al die verschillende belangen rond het ziekenhuis, de dreiging van allerlei aansprakelijkheden…

Toenmalig voorzitter Peter Ingelse gaf toen geen uitsluitsel, maar heeft wel een roadmap geschetst: dit zijn het soort belangen en omstandigheden waar je als OK-functionaris bij je afweging rekening mee moet houden. Op basis daarvan is toen besloten de koop door te laten gaan.’

Was het achteraf een mooi verhaal, maar indertijd afgrijselijke stress?

‘Nee, het voordeel van advocaat zijn is dat je het wel kan inschatten. En volgens mij is er nog nooit een OK-functionaris door de rechter aansprakelijk gehouden. Als je je werk goed doet, heb je niets te vrezen en de rechter houdt ook rekening met de moeilijke situatie waarin je als OK-functionaris stapt.’

Eerder gepubliceerd op 30 juli 2021

Eerdere Berichten

Delen:

Twitter
LinkedIn
Email

Overzicht pagina:

Thema

Ondernemingskamer:

LZ-archief Ondernemingskamer: ‘De enquête is eigenlijk een dure vorm van geschiedschrijving’

Legale Zaken, doorstart van de Jurist, publiceerde in 2021 en 2022 een zeer lezenswaardige reeks interviews met functionarissen die door de Ondernemingskamer worden benoemd bij bedrijven in zwaar weer. We zetten ze nog eens in de etalage, met deze keer Ellen Soerjatin. ‘Met name buitenlandse advocaten zeggen wel eens: wat is dit voor bananenrepubliek, dat de rechter zo diep ingrijpt in verhoudingen binnen een onderneming?’

Niet over het onderwerp, maar wel belangrijk: hoe moet uw naam worden uitgesproken?

‘Sóerjatin, zoals je het schrijft, en met de klemtoon op de eerste lettergreep. Ik weet dat het onzin is, maar als mensen “Soerjáttin” zeggen, word ik altijd een beetje kriebelig.’

U was OK-onderzoeker, beheerder van aandelen en OK-commissaris – wat spreekt u het meeste aan?

‘Elke rol kent zijn eigen dynamiek. Ik hou van het uitpluizen als onderzoeker – de enquête is eigenlijk een dure vorm van geschiedschrijving. Als aandelenbeheerder of commissaris ben je meer bezig met heden en toekomst. Dat doet een beroep op eigen wijsheid, je opvatting over wat een correcte governance is. Bij aandelenbeheer is het lastig als je beheert voor twee ruziënde aandeelhouders: er is er altijd één ontevreden met je keuzes. Maar dat is niet erg, je maakt een afweging in het belang van de vénnootschap.’

Helpt de ervaring als OK-functionaris u ook in uw werk als advocaat?

‘Jazeker. Als je weet hoe een onderzoeker ernaar kijkt, kun je een zaak ook beter presenteren. Ik ben een enorme fan van de OK-procedure, adviseer hem ook aan cliënten. Met name buitenlandse advocaten zeggen wel eens: wat is dit voor bananenrepubliek, dat de rechter zo diep ingrijpt in verhoudingen binnen een onderneming? En daar waarschuw ik cliënten ook wel voor: je bent de controle kwijt, vreemde mensen gaan de koers bepalen, dat moet je aanvaarden. Ook al heb je als verzoeker een heel goede case, ook jouw stemrecht kan geschorst worden, als de OK denkt: waar twee vechten hebben twee schuld. Dus je kunt beter onderling overleggen welke voorzieningen je zou willen: bijvoorbeeld een standstill, of een onafhankelijke partij die als bestuurder wordt benoemd.’

Kunnen partijen daarvoor ook een bepaald persoon aandragen?

‘De persoon van de functionaris is allesbepalend voor het succes, en dat vind ik ook een makke van de procedure: de lijst van OK-functionarissen is niet openbaar. Je ziet wel eens dat iemand met nul ervaring wordt benoemd, terwijl die in een wespennest stapt. Als je geen juridische of mkb-ervaring hebt, kan dat heel intimiderend zijn.

Als advocaat begeleid ik ook OK-bestuurders, bijvoorbeeld de eerste OK-bestuurder in de Leaderland-zaak. Die bestuurder heeft zich teruggetrokken en bij de politie een melding gedaan van bedreiging door een aandeelhouder. Haar opvolger heeft zich óók teruggetrokken. De derde is benoemd met de kanttekening dat geen van de aandeelhouders hem mocht benaderen zonder tussenkomst van een advocaat.’

Komen zulke problemen veel voor?

‘Ja. Advocaten moeten hun cliënten hierin opvoeden, maar sommigen maken er een sport van om meteen met aansprakelijkstellingen te komen, in de hoop je te beïnvloeden. Dat is vervelend, en niet effectief. Je maakt de OK-functionaris onderdeel van het geschil. Als advocaat heb je een verantwoordelijkheid om dat te vermijden.

Maar wat ik met dit alles vooral wil zeggen is: als de lijst met OK-functionarissen bekend is, wordt het gemakkelijker voor partijen om een gezamenlijk verzoek in te dienen en dan heeft zo’n functionaris meteen het vertrouwen van beide partijen. Bij arbitrage bijvoorbeeld kiezen partijen ieder drie arbiters uit een lijst van het arbitrageinstituut – degene die matcht, wordt benoemd.’

In uw bijdrage aan het handboek enquêterecht dat hopelijk in het najaar verschijnt maakt u onderscheid tussen een geschil en een conflict – wat wilt u daarmee zeggen?

‘Een geschil is een verschil van mening over feiten. Dat kan hoog oplopen, maar het blijft een “droog” geschil. Het kan escaleren tot een conflict door oud zeer, zich onvoldoende gerespecteerd voelen – dan komen er gevoelens bij en wordt het moeilijk om partijen nog op een juridische manier bij elkaar te brengen.

Het mooie van de OK-procedure is dat niet alles in de mal van het juridische hoeft te worden gevat. Het is niet blauw óf rood, er wordt daartussen geschipperd. Het geschil wordt in de procedure overigens niet direct opgelost, maar de OK kan een breekijzer zijn.

Dat je het stempel “wanbeleid” kunt krijgen, dat vinden mensen veel erger dan “onrechtmatig gehandeld”: het reputatierisico is groot. Dat kan het laatste duwtje zijn om aan tafel te komen. Ik noem dat de disciplinerende werking van de OK. En als er toch een OK-procedure komt, dan kunnen vreemde ogen dwingen: tijdens de mondelinge behandeling kan je een indruk krijgen waar het naar toe gaat, en alsnog schikken. De OK heeft een gereedschapskist met een botte bijl, maar ook hele fijne instrumenten, het gaat om de combinatie. Maar je hebt ook mensen die verslaafd zijn aan hun geschil, dan lukt schikken nooit.’

U besteedt in uw bijdrage ook aandacht aan de raadsheer-commissaris – waarom is hij belangrijk?

‘Sinds 2013 heeft de raadsheer-commissaris bij de OK de bevoegdheid om toezicht te houden op het onderzoek, maar hij kijkt alleen naar de procesmatige kant, terwijl er ook behoefte is aan een inhoudelijke toets. Een onderzoeker kan te ver gaan met zijn vragen en daar moet een onderneming zich tegen kunnen verzetten. De raadsheer-commissaris zegt nu: ik mag daar geen oordeel over geven, we zien het later wel als de vraag naar wanbeleid beoordeeld moet worden door de Ondernemingskamer. Maar dan ligt het rapport er al, en moet je je daar als onderneming tegen gaan verdedigen.

Er is überhaupt geen inhoudelijk toezicht op OK-functionarissen en daar hebben zij zelf ook vaak last van. De OK kijkt alleen op verzoek van een van de partijen heel marginaal of het optreden van de bestuurder de toets der kritiek kan doorstaan. Maar ter voorkoming van aansprakelijkheid wil je soms goedkeuring kunnen vragen: moet ik deze verkoop doorzetten? Daar zou eigenlijk in voorzien moeten worden.’

Wat was tot nu toe uw leukste zaak?

‘Het Slotervaartziekenhuis, waar ik beheerder van de aandelen was. Wij werden plotseling geconfronteerd met het feit dat er een aandelenkoopovereenkomst lag waar de ene aandeelhouder vóór was en de ander faliekant tegen. De bestuurder had maar een paar weken om de ontbindingsclausule in te roepen en de partijen wilden van de OK weten of de bestuurder de koop door moest laten gaan of niet. Het was razend spannend: de vrees voor faillissement, de spoedeisendheid, al die verschillende belangen rond het ziekenhuis, de dreiging van allerlei aansprakelijkheden…

Toenmalig voorzitter Peter Ingelse gaf toen geen uitsluitsel, maar heeft wel een roadmap geschetst: dit zijn het soort belangen en omstandigheden waar je als OK-functionaris bij je afweging rekening mee moet houden. Op basis daarvan is toen besloten de koop door te laten gaan.’

Was het achteraf een mooi verhaal, maar indertijd afgrijselijke stress?

‘Nee, het voordeel van advocaat zijn is dat je het wel kan inschatten. En volgens mij is er nog nooit een OK-functionaris door de rechter aansprakelijk gehouden. Als je je werk goed doet, heb je niets te vrezen en de rechter houdt ook rekening met de moeilijke situatie waarin je als OK-functionaris stapt.’

Eerder gepubliceerd op 30 juli 2021

Eerdere Berichten

Delen:

Twitter
LinkedIn
Email

Overzicht pagina:

Privacy Cookies

Leuk dat u er bent. Nog even dit:

LEGALE ZAKEN maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content via social media te delen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Wij gaan zorgvuldig met uw privégegevens om. Klik op ‘lees verder’ voor uitgebreide informatie.

Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van deze site stemt u hiermee in. 

Privacy Cookies

Leuk dat u er bent. Nog even dit:

LEGALE ZAKEN maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content via social media te delen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Wij gaan zorgvuldig met uw privégegevens om. Klik op ‘lees verder’ voor uitgebreide informatie.

Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van deze site stemt u hiermee in.