LEGALE ZAKEN

Zakelijk nieuws / Juridisch perspectief

Altijd op de hoogte blijven?
Even inschrijven:

Thema

Ondernemingskamer:

LZ-archief Ondernemingskamer: ‘Les één is zorgen dat je een klein ego hebt’

Charlotte Insinger heeft veel commissariaten en toezichtfuncties. Ze was OK-functionaris in spraakmakende zaken, zoals bij Meavita, Eneco en het Slotervaartziekenhuis. Maar de leerzaamste OK-benoeming was bij een centrum voor oudere doven. ‘Wat ik bijvoorbeeld niet wist: in gebarentaal maak je geen zinnen. Er zitten heel veel overbodige woorden in een zin.’

Wat trekt u aan in het OK-werk?

‘De complexiteit van de klussen, de tijdelijkheid ook. Je komt ergens binnen op het absolute dieptepunt en probeert de kluwen te ontwarren die mensen met elkaar gemaakt hebben. Uiteindelijk gaat het altijd om een conflict tussen mensen die vinden dat zij gelijk hebben. Maar voor elk standpunt is wel iets te zeggen.’

Veel OK-zaken draaien om een geschil tussen 50%-aandeelhouders, maar u had ook veel met andersoortige conflicten te maken.

‘Bij een conflict tussen aandeelhouders is er meestal iemand die uittreedt. Zoals bij het Slotervaartziekenhuis, waar ik OK-bestuurder was van de minderheidsaandeelhouder. Maar bij Eneco bijvoorbeeld was de Ondernemingsraad naar de OK gestapt omdat ze het op allerlei punten niet eens waren met de raad van commissarissen. Als partijen met elkaar door moeten, heb je een ander soort gesprek.’

Wat vraagt dat dan van u als OK-functionaris?

‘Degene op wiens verzoek de maatregel is getroffen denkt altijd bij voorbaat dat hij gelijk heeft. Maar zo is het niet. Ik zit er niet voor een van de bij het conflict betrokken partijen, maar in het belang van de vennootschap. Dus ik begin met uitleggen wat ieders rol is. Waarover iemand wel gaat, en waarover niet. Dat ik opensta voor ongevraagd advies, maar moet doen wat goed is voor de vennootschap.’

En hoe bréngt u dat, in een omgeving waar iedereen op scherp staat?

‘Les één is zorgen dat je een klein ego hebt. Laat je vooral door mensen overtuigen. Iedereen in die situatie is redelijk getraumatiseerd, iedereen vindt iets. Je moet begrijpen waar de pijn zit en laten zien dat er ook een andere kant is. Je zit met elkaar in een bootje en zal goed moeten aanleggen om iemand van boord te laten gaan, of binnenboord de boel op orde krijgen.’

Van welke zaak denkt u: dat is goed gelukt?

‘Bij het Slotervaartziekenhuis was ik heel tevreden dat het ziekenhuis in leven was gebleven. De zorgverzekeraars wilden het ziekenhuis niet laten vallen, en ik ook niet: als bestuurder van de minderheidsaandeelhouder wilde ik voor die vennootschap waarde realiseren. Maar achteraf heb ik weleens gedacht: was het niet beter geweest als het toen was omgevallen? Het ziekenhuis stond daarvoor al elke vijf jaar op de rand van faillissement, en is vijf jaar na de verkoop alsnog gefailleerd. Maar misschien is het onzin om zo te denken.

De zaak waar ik het meeste van geleerd heb was De Gelderhorst – een centrum voor oudere doven. Een wereld die ik helemaal niet kende, waar je zelden mee in aanraking komt. Wat ik bijvoorbeeld niet wist: in gebarentaal maak je geen zinnen. Er zitten heel veel overbodige woorden in een zin.’

Dus gebarentaal gaat heel snel?

‘Een gebarentolk is na een half uur tolken uitgeput. Er ging van beide kanten veel energie zitten in het maken van contact en elkaar begrijpen. Je bent gewend dat dat met Nederlandse mensen gemakkelijk gaat, en dat was hier de uitdaging.

Intussen lagen de OR, de bestuurder, de cliëntenraad en de raad van toezicht met elkaar overhoop over van alles, en er was geen geld om het met adviseurs op te lossen.

Maar het is gelukt: de nieuwbouw – waar het conflict over was ontstaan – is er inmiddels, er is een nieuwe bestuurder en een nieuwe raad van toezicht. Iedereen kan weer met elkaar door een deur.’

Zijn er aspecten van de enquêteprocedure die beter zouden kunnen?

‘Ja, ik vind dat de lijst van OK-functionarissen te veel uit witte mannen van boven de vijftig bestaat. Het komt ook regelmatig voor dat mensen die zelf onderwerp van onderzoek zijn later als OK-functionaris worden benoemd. Wat doet dat met het draagvlak in de maatschappij voor dit systeem? De OK moet veel actiever op zoek naar vrouwen en mensen van kleur, dus veel meer diversiteit.’

‘Een ander punt is dat OK-functionarissen geen enkele bescherming krijgen tegen aansprakelijkstellingen. Ik krijg ze zelf in groten getale. Ik heb ook wel eens een telefoontje gekregen: degene die achter jou aanzit is veroordeeld omdat hij jongens inhuurt die geweld gebruiken. Ik ben niet bang voor een veroordeling wegens onbehoorlijk bestuur, maar het is nu veel te gemakkelijk voor partijen om tegen OK-functionarissen te gaan procederen. Sommige zaken zou ik om die reden al niet aannemen. Er zijn partijen, bijvoorbeeld uit Rusland, of de Angolese mevrouw, die Nederlandse vennootschappen hebben omdat wij zo’n fijn fiscaal systeem hebben. Als de aandeelhouders ruzie krijgen roepen ze de hulp in van de heren op de Zuidas en gaan ze naar de Ondernemingskamer. Dan kun je die OK-functionaris niet zomaar aan de wolven uitleveren.’

Een OK-functionaris kan zich toch ook terugtrekken als het te erg wordt?

‘Dat doe je niet makkelijk natuurlijk, maar het kan wel en het gebeurt ook. Dat is toch absurd, wat voor een samenleving heb je dan! Maar er zijn ook veel zaken waarin mensen doodnormaal doen, per saldo is het ontzettend nuttig en leuk werk.’

Hoe zou de OK-bestuurder volgens u moeten worden beschermd?

‘In de wet zou moeten komen te staan dat je pas kunt procederen tegen een OK-functionaris als de OK daar toestemming voor geeft. De OK-functionaris is dan beschermd tegen ongefundeerde aansprakelijkstellingen, maar kan wel worden aangesproken als hij het echt verkeerd heeft gedaan.’

Maar wil je überhaupt wel een fiscaal systeem dat zulke partijen aantrekt?

‘Je wilt geen fraude en een eerlijker belastingstelsel, maar we zijn ook onderdeel van een globale economie waarin we een rol hebben te vervullen. De sociale verzorgingsstaat kost veel geld, we hebben een hoge levensstandaard. Er moet dus flink veel belasting binnenkomen. Als je het bedrijfsleven de duimschroeven teveel aandraait, lukt dat niet.’

Eerder gepubliceerd op 24 september 2021

Foto: Ellen de Monchy

Eerdere Berichten

Delen:

Twitter
LinkedIn
Email

Overzicht pagina:

Thema

Ondernemingskamer:

LZ-archief Ondernemingskamer: ‘Les één is zorgen dat je een klein ego hebt’

Charlotte Insinger heeft veel commissariaten en toezichtfuncties. Ze was OK-functionaris in spraakmakende zaken, zoals bij Meavita, Eneco en het Slotervaartziekenhuis. Maar de leerzaamste OK-benoeming was bij een centrum voor oudere doven. ‘Wat ik bijvoorbeeld niet wist: in gebarentaal maak je geen zinnen. Er zitten heel veel overbodige woorden in een zin.’

Wat trekt u aan in het OK-werk?

‘De complexiteit van de klussen, de tijdelijkheid ook. Je komt ergens binnen op het absolute dieptepunt en probeert de kluwen te ontwarren die mensen met elkaar gemaakt hebben. Uiteindelijk gaat het altijd om een conflict tussen mensen die vinden dat zij gelijk hebben. Maar voor elk standpunt is wel iets te zeggen.’

Veel OK-zaken draaien om een geschil tussen 50%-aandeelhouders, maar u had ook veel met andersoortige conflicten te maken.

‘Bij een conflict tussen aandeelhouders is er meestal iemand die uittreedt. Zoals bij het Slotervaartziekenhuis, waar ik OK-bestuurder was van de minderheidsaandeelhouder. Maar bij Eneco bijvoorbeeld was de Ondernemingsraad naar de OK gestapt omdat ze het op allerlei punten niet eens waren met de raad van commissarissen. Als partijen met elkaar door moeten, heb je een ander soort gesprek.’

Wat vraagt dat dan van u als OK-functionaris?

‘Degene op wiens verzoek de maatregel is getroffen denkt altijd bij voorbaat dat hij gelijk heeft. Maar zo is het niet. Ik zit er niet voor een van de bij het conflict betrokken partijen, maar in het belang van de vennootschap. Dus ik begin met uitleggen wat ieders rol is. Waarover iemand wel gaat, en waarover niet. Dat ik opensta voor ongevraagd advies, maar moet doen wat goed is voor de vennootschap.’

En hoe bréngt u dat, in een omgeving waar iedereen op scherp staat?

‘Les één is zorgen dat je een klein ego hebt. Laat je vooral door mensen overtuigen. Iedereen in die situatie is redelijk getraumatiseerd, iedereen vindt iets. Je moet begrijpen waar de pijn zit en laten zien dat er ook een andere kant is. Je zit met elkaar in een bootje en zal goed moeten aanleggen om iemand van boord te laten gaan, of binnenboord de boel op orde krijgen.’

Van welke zaak denkt u: dat is goed gelukt?

‘Bij het Slotervaartziekenhuis was ik heel tevreden dat het ziekenhuis in leven was gebleven. De zorgverzekeraars wilden het ziekenhuis niet laten vallen, en ik ook niet: als bestuurder van de minderheidsaandeelhouder wilde ik voor die vennootschap waarde realiseren. Maar achteraf heb ik weleens gedacht: was het niet beter geweest als het toen was omgevallen? Het ziekenhuis stond daarvoor al elke vijf jaar op de rand van faillissement, en is vijf jaar na de verkoop alsnog gefailleerd. Maar misschien is het onzin om zo te denken.

De zaak waar ik het meeste van geleerd heb was De Gelderhorst – een centrum voor oudere doven. Een wereld die ik helemaal niet kende, waar je zelden mee in aanraking komt. Wat ik bijvoorbeeld niet wist: in gebarentaal maak je geen zinnen. Er zitten heel veel overbodige woorden in een zin.’

Dus gebarentaal gaat heel snel?

‘Een gebarentolk is na een half uur tolken uitgeput. Er ging van beide kanten veel energie zitten in het maken van contact en elkaar begrijpen. Je bent gewend dat dat met Nederlandse mensen gemakkelijk gaat, en dat was hier de uitdaging.

Intussen lagen de OR, de bestuurder, de cliëntenraad en de raad van toezicht met elkaar overhoop over van alles, en er was geen geld om het met adviseurs op te lossen.

Maar het is gelukt: de nieuwbouw – waar het conflict over was ontstaan – is er inmiddels, er is een nieuwe bestuurder en een nieuwe raad van toezicht. Iedereen kan weer met elkaar door een deur.’

Zijn er aspecten van de enquêteprocedure die beter zouden kunnen?

‘Ja, ik vind dat de lijst van OK-functionarissen te veel uit witte mannen van boven de vijftig bestaat. Het komt ook regelmatig voor dat mensen die zelf onderwerp van onderzoek zijn later als OK-functionaris worden benoemd. Wat doet dat met het draagvlak in de maatschappij voor dit systeem? De OK moet veel actiever op zoek naar vrouwen en mensen van kleur, dus veel meer diversiteit.’

‘Een ander punt is dat OK-functionarissen geen enkele bescherming krijgen tegen aansprakelijkstellingen. Ik krijg ze zelf in groten getale. Ik heb ook wel eens een telefoontje gekregen: degene die achter jou aanzit is veroordeeld omdat hij jongens inhuurt die geweld gebruiken. Ik ben niet bang voor een veroordeling wegens onbehoorlijk bestuur, maar het is nu veel te gemakkelijk voor partijen om tegen OK-functionarissen te gaan procederen. Sommige zaken zou ik om die reden al niet aannemen. Er zijn partijen, bijvoorbeeld uit Rusland, of de Angolese mevrouw, die Nederlandse vennootschappen hebben omdat wij zo’n fijn fiscaal systeem hebben. Als de aandeelhouders ruzie krijgen roepen ze de hulp in van de heren op de Zuidas en gaan ze naar de Ondernemingskamer. Dan kun je die OK-functionaris niet zomaar aan de wolven uitleveren.’

Een OK-functionaris kan zich toch ook terugtrekken als het te erg wordt?

‘Dat doe je niet makkelijk natuurlijk, maar het kan wel en het gebeurt ook. Dat is toch absurd, wat voor een samenleving heb je dan! Maar er zijn ook veel zaken waarin mensen doodnormaal doen, per saldo is het ontzettend nuttig en leuk werk.’

Hoe zou de OK-bestuurder volgens u moeten worden beschermd?

‘In de wet zou moeten komen te staan dat je pas kunt procederen tegen een OK-functionaris als de OK daar toestemming voor geeft. De OK-functionaris is dan beschermd tegen ongefundeerde aansprakelijkstellingen, maar kan wel worden aangesproken als hij het echt verkeerd heeft gedaan.’

Maar wil je überhaupt wel een fiscaal systeem dat zulke partijen aantrekt?

‘Je wilt geen fraude en een eerlijker belastingstelsel, maar we zijn ook onderdeel van een globale economie waarin we een rol hebben te vervullen. De sociale verzorgingsstaat kost veel geld, we hebben een hoge levensstandaard. Er moet dus flink veel belasting binnenkomen. Als je het bedrijfsleven de duimschroeven teveel aandraait, lukt dat niet.’

Eerder gepubliceerd op 24 september 2021

Foto: Ellen de Monchy

Eerdere Berichten

Delen:

Twitter
LinkedIn
Email

Overzicht pagina:

Privacy Cookies

Leuk dat u er bent. Nog even dit:

LEGALE ZAKEN maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content via social media te delen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Wij gaan zorgvuldig met uw privégegevens om. Klik op ‘lees verder’ voor uitgebreide informatie.

Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van deze site stemt u hiermee in. 

Privacy Cookies

Leuk dat u er bent. Nog even dit:

LEGALE ZAKEN maakt gebruik van cookies om het gebruik van de website te analyseren, om het mogelijk te maken content via social media te delen. Deze cookies worden ook geplaatst door derden. Wij gaan zorgvuldig met uw privégegevens om. Klik op ‘lees verder’ voor uitgebreide informatie.

Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van deze site stemt u hiermee in.